Conclusie A-G IJzerman: Hof had moeten beoordelen of belanghebbende haar adviseur voor voldoende deskundig mocht houden

Door A-G IJzerman is een conclusie genomen ten aanzien van de vraag of het inschakelen van een belastingadviseur in de weg staat aan de aanwezigheid van grove schuld bij de belastingplichtige.

De bedrijfsactiviteiten van belanghebbende bestaan uit het begeleiden van mensen vanuit een uitkerings- naar een reguliere arbeidssituatie. Belanghebbende heeft de afdrachtvermindering loonbelasting en premie volksverzekeringen toegepast, nu zij voldeed aan de materiële voorwaarden. Belanghebbende voldeed echter niet aan de formele voorwaarden om voor toepassing van de afdrachtvermindering in aanmerking te komen.

Het Hof is van oordeel dat belanghebbende – mede gelet op haar bedrijfsactiviteiten en het marktsegment waarin zij actief is – zich van deze formele voorwaarden, reeds voor het indienen van de aangifte, op de hoogte had moeten stellen. Door dit na te laten, heeft belanghebbende naar het oordeel van het Hof dermate lichtvaardig gehandeld dat het aan haar grove schuld is te wijten. Hiertegen richt zich onder andere het cassatiemiddel.

Belanghebbende stelt van begin af aan dat zij in samenspraak met haar adviseurs het standpunt heeft ingenomen dat zij materieel aan de vereisten voldoet voor toepassing van de afdrachtvermindering. Zowel belanghebbende als haar adviseurs meenden dat de afdrachtvermindering onderwijs naar doel en strekking moest worden uitgelegd zodat daarop een beroep kon worden gedaan.

A-G IJzerman overweegt dat het Hof lijkt te hebben geoordeeld dat het slechts gaat om betrekkelijk eenvoudige formele voorwaarden om voor toepassing van de afdrachtvermindering in aanmerking te komen en het, mede in het licht van de maatschappelijke positie van belanghebbende, hoe dan ook op de weg van belanghebbende zelf zou hebben gelegen om zich van die formele bepalingen op de hoogte te stellen, ongeacht de inschakeling van adviseurs.

Het oordeel van het Hof is naar de mening van A-G IJzerman onjuist. Als een belastingplichtige zich wendt tot een deskundig te achten adviseur, mag de belastingplichtige er naar zijn mening evenzeer op vertrouwen dat deze de materiële alsook de formele (fiscaal) wettelijke bepalingen correct toepast. Gelet hierop kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven en zal verwijzing moeten volgen, waarna in dit kader nader zal moeten worden onderzocht of belanghebbende zijn adviseur voor voldoende deskundig mocht houden en niet aan zijn zorgvuldige taakvervulling behoefde te twijfelen. Het cassatieberoep is naar het oordeel van A-G IJzerman in zoverre gegrond.

Conclusie van A-G IJzerman 23 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:457

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2017:45