Convenant Horizontaal Toezicht en in rekening gebrachte belastingrente leiden tot vernietiging verzuimboeten

Aan belanghebbende, een gemeente, zijn naheffingsaanslagen opgelegd. De naheffingsaanslagen hebben gedeeltelijk betrekking op bedragen die belanghebbende via het BTW-compensatiefonds had moeten terugvragen en ten onrechte in haar aangiften omzetbelasting heeft afgetrokken. Belanghebbende heeft deze bedragen via een aanvullende opgave BCF alsnog ingediend.

De gecorrigeerde bedragen aan te betalen omzetbelasting zijn niet in geschil. Wel in geschil is of de belastingrente over de jaren 2012 tot en met 2015 terecht en tot de juiste bedragen in rekening is gebracht en of de verzuimboetes over de jaren 2013 en 2014 correct zijn opgelegd.

De Rechtbank oordeelt dat de wettelijke regeling meebrengt dat bij tegenover elkaar staande correcties de te betalen belastingrente en de te vergoeden belastingrente berekend wordt over 2 verschillende tijdvakken. Per saldo wordt er in gevallen als de onderhavige derhalve meer rente in rekening gebracht dan vergoed. Het primaire standpunt van belanghebbende slaagt daarom ook niet. Het beroep van belanghebbende op begunstigend beleid van de inspecteur slaagt evenmin. Ook oordeelt de Rechtbank dat geen sprake is van onzorgvuldig handelen door de inspecteur waardoor de belastingrente gematigd zou moeten worden.

Partijen zijn een convenant Horizontaal Toezicht overeengekomen wat mede heeft geleid tot het indienen van suppletieaangiften. Dit Horizontaal Toezicht heeft onder andere als doel om tot correcte en tijdige aangiften omzetbelasting te komen. Zoals uit de brief van de Staatssecretaris van Financiën aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 5 juli 2018 volgt, is ook de berekening van belastingrente bedoeld als prikkel tot het tijdig en correct voldoen aan de fiscale verplichtingen. Nu zowel het Horizontaal Toezicht als het in rekening brengen van belastingrente gericht is op inscherping van de fiscale verplichtingen heeft verweerder bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet tot de beslissing kunnen komen om bij de naheffingsaanslagen ook verzuimboeten op te leggen. De boetebeschikkingen voor de tijdvakken 2013 en 2014 dienen derhalve vernietigd te worden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:14424