Crashen van harde schijf komt voor rekening van belanghebbende

Belanghebbende exploiteerde een steakhouse en afhaal grillrestaurant. Belanghebbende heeft zijn zaak enige tijd in de vorm van een eenmanszaak gerund en enige tijd in de vorm van een VOF tezamen met zijn broer.

De inspecteur heeft een boekenonderzoek ingesteld naar de aanvaardbaarheid van de aangiften inkomstenbelasting. Naar aanleiding daarvan zijn navorderingsaanslagen en vergrijpboeten opgelegd. Reeds eerder is aan belanghebbende een informatiebeschikking gegeven wegens het niet voldoen aan de administratie- en informatieverplichting.

In geschil is onder meer of de vergrijpboeten terecht zijn opgelegd.

Naar het oordeel van de inspecteur is sprake van het opzettelijk te weinig aangeven en betalen van belastingen. De inspecteur voert daartoe onder meer aan dat belanghebbende – ondanks eerdere waarschuwingen na twee eerdere controles – volhardt in het niet correct voeren van een administratie. Zo heeft belanghebbende geen boekingen verricht van de dagelijkse kasontvangsten, zijn de wekelijkse kassa-afslagen niet bewaard, is er geen back-up gemaakt van de administratie en is de gecrashte harde schijf weggegooid.

Naar het oordeel van de Rechtbank heeft de inspecteur – met de bevindingen uit het boekenonderzoek – voldoende aannemelijk gemaakt dat het aan (voorwaardelijk) opzet van belanghebbende is te wijten dat de aanslagen inkomstenbelasting tot een te laag bedrag zijn vastgesteld. De stelling van belanghebbende dat sprake is van overmacht door het crashen van de harde schijf, leidt niet tot een ander oordeel. De Rechtbank overweegt dat door op deze wijze de boekhouding in te richten, namelijk het niet (zorgvuldig) bewaren van primaire bescheiden en door geen back-up te maken van de harde schijf van de kassa, belanghebbende willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat daardoor onjuiste aangiften werden gedaan en dientengevolge te weinig belasting werd geheven.

De Rechtbank acht (voorwaardelijk) opzet derhalve aanwezig. De vergrijpboeten van 50% zijn volgens de Rechtbank aldus terecht opgelegd. De Rechtbank ziet evenwel aanleiding om de vergrijpboeten te matigen met 20%, omdat de aanslagen zijn opgelegd met toepassing van de omkering en verzwaring van de bewijslast. Voorts worden de vergrijpboeten ambtshalve (verder) gematigd met 15% gelet op de overschrijding van de redelijke termijn.

Rechtbank Den Haag 25 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:1492

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2017:1492