De inspecteur wijzigt de schuldgradatie op zitting, schending artikel 6 EVRM en vernietiging vergrijpboetes

Belanghebbende heeft als notaris een omvangrijke nalatenschap behandeld. In dat verband is een landgoed uit de nalatenschap in een stichting ondergebracht. Belanghebbende heeft een certificaatrecht gekregen dat hem voor de helft economisch gerechtigd maakt tot het vermogen van de stichting. De uitkeringen door de stichting op grond van het certificaatrecht, zijn door belanghebbende niet verantwoord in zijn aangiften inkomstenbelasting 2010 en 2011. De inspecteur heeft aanslagen inkomstenbelasting opgelegd waarbij hij deze uitkeringen als winst uit onderneming in aanmerking heeft genomen. Ook heeft de inspecteur  vergrijpboetes opgelegd.

In geschil is onder meer of de uitkeringen terecht zijn gecorrigeerd en of de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd.

De Rechtbank oordeelt dat de inkomsten uit de certificaten als resultaat uit overige werkzaamheden moeten worden aangemerkt nu het voordeel voorzienbaar was en belanghebbende kon beschikken over het vermogen als ware het zijn eigen vermogen. Bovendien moest gelet op alle werkzaamheden welke belanghebbende heeft verricht in het kader van de afwikkeling van de erfenis geconcludeerd worden dat er sprake was van actief vermogensbeheer.

Wat betreft de boetes heeft de inspecteur ter zitting – net zoals in de aankondiging van de boete – aangevoerd dat sprake is geweest van opzet. Belanghebbende voert aan dat de boete eerst zou zijn opgelegd wegens schuld en deze transformatie (naar opzet) zou moeten leiden tot het vernietigen van de boete.

De Rechtbank stelt vast dat een vergrijpboete wegens opzet kan worden opgelegd bij een primitieve aanslag in de zin van art. 67d AWR. Het opleggen van een vergrijpboete wegens schuld bij een primitieve aanslag kan echter niet. De inspecteur is bij de uitspraak op bezwaar en in het verweerschrift uitgegaan van grove schuld, omdat daarin staat dat sprake is van onzorgvuldig en zeer lichtvaardig handelen. Door in de pleitnota alsnog uit te gaan van opzet handelt de inspecteur in strijd met artikel 6 EVRM. In dit verband acht de Rechtbank het zeer onzorgvuldig dat de inspecteur in de uitspraak op bezwaar heeft verwezen naar een onjuist wetsartikel. Alles in acht nemend is de Rechtbank van oordeel dat de vergrijpboetes vernietigd moeten worden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:4135