DGA met een hoge rekeningcourant-schuld doet stelselmatig geen aangifte: vergrijpboete

Belanghebbende, DGA, heeft een rekening courant schuld aan zijn vennootschap, welke is opgelopen tot € 1.677.984. De opnamen in rekening-courant zijn aangewend voor levensonderhoud van belanghebbende. Belanghebbende heeft vervolgens in de jaren 2011 tot en met 2016 geen inkomsten uit werk en woning opgegeven met uitzondering van de eigen woning. Belanghebbende heeft ondanks te zijn uitgenodigd, herinnerd en aangemaand tot het doen van aangifte inkomstenbelasting in de onderhavige jaren geen of niet tijdige aangifte gedaan. De inspecteur legt over de onderhavige jaren aanslagen op waarbij over de jaren 2011 tot en met 2015 een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang in aanmerking is genomen. Daarnaast heeft de inspecteur een vergrijpboete van 50% opgelegd wegens het stelselmatig, opzettelijk, niet doen van aangifte. In geschil is onder meer of de boete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Belanghebbende stelt dat de boete vernietigd moet worden nu hij de aankondigingsbrieven niet heeft ontvangen en dat tevens op de aanslag niet de feiten waarop de boete is gebaseerd, zijn vermeld. Belanghebbende voert aan dat brieven over boetes anders worden verzonden dan geautomatiseerde brieven en dat hij daarom de brief niet heeft ontvangen. De Rechtbank is van oordeel dat louter het verschil in verzending zonder verdere onderbouwing onvoldoende is om te twijfelen aan de ontvangst of aanbieding van de brief. De Rechtbank is dus van oordeel dat belanghebbende de brieven over de vergrijpboete heeft ontvangen.

Tenslotte voert belanghebbende aan dat de boete gematigd dient te worden naar 25% nu deze hoogte bij de aankondiging van de boete was vermeld. De Rechtbank ziet hiervoor geen aanleiding nu de aankondiging verband hield met een navorderingsaanslag en dus een boetegrondslag op grond van artikel 67e AWR, terwijl de boete feitelijk is opgelegd op de voet van artikel 67d AWR wegens het opzettelijk niet doen van aangifte. Wel vormt de duur van de procedure aanleiding om de boete ambtshalve te matigen, omdat de redelijke termijn met 6 maanden is overschreden. De boete wordt daarom gematigd met 10%.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2020:3061