Directeur van restaurants waar omzet zou zijn afgeroomd vrijgesproken van belastingfraude

Aan verdachte is onder meer tenlastegelegd dat hij opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting en vennootschapsbelasting heeft ingediend, door (als directeur) omzet af te romen met behulp van gemanipuleerde kassa’s.

Namens verdachte is betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard vanwege onregelmatigheden in het controle-/opsporingsonderzoek. De Rechtbank is van oordeel dat de verzuimen hebben plaatsgevonden in het kader van een controleonderzoek van de Belastingdienst en niet tijdens het (strafrechtelijk) onderzoek onder gezag van de officier van justitie plaatsvond. De verzuimen hebben dus geen effect op de strafzaak. Nu het controleonderzoek in ieder geval heeft plaatsgevonden om tot een verantwoorde belastingheffing te komen, kan naar het oordeel van de Rechtbank niet worden vastgesteld dat sprake is van misbruik van bevoegdheden.

Verdachte was in de ten laste gelegde periode directeur van vennootschappen waarbij een geheime afroommodule zou zijn gebruikt met behulp van gemanipuleerde kassasystemen. De Rechtbank stelt echter vast dat verdachte in die periode geen werkzaamheden heeft verricht in de restaurants en ook is niet gebleken dat hij op een andere wijze betrokken was of invloed had op de gang van zaken binnen de restaurants, in het bijzonder bij de administratieve afsluiting van de kassasystemen. Ook is niet gebleken dat verdachte instructies heeft gekregen over de manier waarop de kassasystemen dienden te worden gebruikt en ook is uit het dossier niet gebleken dat verdachte op de hoogte was van de afroommodaliteiten.

Verdachte was bestuurder van de rechtspersonen die de restaurants exploiteren, hij had een rol in het kader van de afhandeling van de financiële zaken van de restaurants en was man en vader van de feitelijk leidinggevenden van de restaurants, Gelet hierop acht de Rechtbank het moeilijk voorstelbaar dat verdachte niet op de hoogte was van het feit dat gedurende een lange periode opzettelijk een deel van de contante omzet werd verwijderd uit de kassasystemen en daarmee uit de administratie en dat hij daarbij geen rol heeft gespeeld. Het voorgaande laat echter onverlet dat niet in voldoende mate is uit te sluiten dat die wetenschap en rol bij verdachte hebben ontbroken.

De Rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2019:1236