EU Hof van Justitie: EU Handvest van toepassing indien geldboete wordt opgelegd aan een belastingplichtige wegens weigering van het verstrekken van inlichtingen

In 2015 heeft de Luxemburgse Belastingdienst een administratieve boete van 250.000 euro aan Berlioz, een Luxemburgs investeringsfonds, opgelegd omdat zij weigerde inlichtingen te verstrekken over haar Franse dochtermaatschappij Cofima. Volgens Berlioz waren deze inlichtingen namelijk niet van belang voor het belastingonderzoek dat werd verricht door de Franse belastingautoriteiten.

Naar aanleiding van de opgelegde administratieve boete heeft Berlioz zich tot de Luxemburgse bestuursrechter gewend om de geldboete en het bevel tot het verstrekken van inlichtingen nietig te laten verklaren. In eerste aanleg heeft de bestuursrechter de boete naar 150.000 euro verlaagd, maar heeft tegelijk geweigerd na te gaan of het bevel gegrond was. Berlioz heeft naar aanleiding daarvan hoger beroep ingesteld. Het Luxemburgse Gerechtshof heeft zich vervolgens tot het EU Hof van Justitie gewend, en heeft onder andere de prejudiciële vraag gesteld of het EU Handvest van toepassing is indien een administratieve geldboete is opgelegd aan een belastingplichtige als sanctie wegens niet-nakoming van zijn of haar verplichtingen tot medewerking die voortvloeien uit een bevel tot het verstrekken van inlichtingen.

Het EU Hof heeft in dat kader geoordeeld dat het EU Handvest van toepassing is, omdat de Luxemburgse fiscale autoriteiten, teneinde Berlioz een boete op te leggen na haar weigering om de gewenste inlichtingen te verstrekken, uitvoering hebben gegeven aan de EU richtlijn over de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen. De belastingplichtige aan wie een geldboete is opgelegd wegens niet-naleving van een dergelijk bestuursbesluit heeft volgens het EU Hof dan ook het recht om tegen de wettigheid van dat besluit op te komen op grond van artikel 47 Handvest, en heeft daarmee het recht op een doeltreffende voorziening in rechte.

Europees Hof van Justitie 16 mei 2017, ECI:EU:C:2017:373

http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf;jsessionid=9ea7d2dc30d699e2dd7ed16f4f1d90a4beb1c2b0c396.e34KaxiLc3qMb40Rch0SaxyLbh10?text=&docid=190721&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=129728