Gebrek in de rittenadministratie en niet effectief toezien op verbod privégebruik auto leidt naar het oordeel van het Hof niet tot grove schuld

Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2009, 2010, 2011 en 2012 naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd. Voorts zijn er vergrijpboeten opgelegd van € 103.791. In geschil is onder meer of de vergrijpboeten terecht zijn opgelegd.

Belanghebbende drijft een onderneming bestaande uit het uitzenden, detacheren, werven en selecteren van personeel. De naheffingsaanslagen zijn opgelegd naar aanleiding van een boekenonderzoek naar de aanvaardbaarheid van de aangiften loonheffingen met betrekking tot de regeling privégebruik auto. De inspecteur stelt dat de auto’s ter beschikking werden gesteld aan medewerkers van belanghebbende en dat met de auto’s meer dan 500km privé werd gereden.

De Rechtbank in eerste aanleg is van oordeel dat uit de door de inspecteur aangevoerde feiten geen (voorwaardelijk) opzet kan worden afgeleid. De omstandigheid dat belanghebbende niet overtuigend kan aantonen dat zij aan de voorwaarden voldoet, brengt naar het oordeel van de Rechtbank niet met zich mee dat zij door het privégebruik van de auto’s niet op te geven, opzet zou hebben gehad op het doen van een onjuiste aangifte. De Rechtbank is evenwel van oordeel dat belanghebbende onvoldoende op het verbod van privégebruik heeft toegezien en acht vanwege de laakbare handelwijze van belanghebbende, grove schuld aanwezig. De Rechtbank acht een boete van 25% passend en geboden.

Het Hof stelt voorop dat het enkele niet voldoen aan de bewijslast van bepaalde feiten niet direct grove schuld met zich brengt. Het Hof maakt in dit verband onderscheid tussen één auto waar helemaal geen kilometeradministratie is bijgehouden en de overige auto’s waar geen omrijdkilometers zijn genoteerd en waar niet effectief op (het verbod van) privégebruik is toegezien.

Het Hof is van oordeel dat ‘laakbaar slordig’ handelen – anders dan de Rechtbank in eerste aanleg meent – geen grove schuld met zich meebrengt. Het niet-noteren van de omrijdkilometers en het niet effectief controleren van het verbod op privégebruik van de auto’s, rechtvaardigen volgens het Hof op zichzelf niet het oordeel dat belanghebbende telkens – in het kader van de beboeting – ernstig nalatig handelde. De vergrijpboeten zijn naar het oordeel van het Hof derhalve onterecht opgelegd.

Het Hof acht met betrekking tot de auto waar geen rittenadministratie van is bijgehouden een vergrijpboete van 25% passend en geboden.

Gerechtshof Amsterdam 6 september 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3808

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:3808