Geen intracommunautaire levering bij de binnenlandse tussenpersoon

„Toridas” UAB is een in Litouwen is gevestigde vishandelaar. In de periode van 1 juli 2008 tot en met 31 december 2010 heeft zij vanuit Kazachstan diepgevroren vis in Litouwen geïmporteerd

 De betrokken goederen werden vervolgens verkocht aan de vennootschap Megalain OÜ, een vennootschap gevestigd in Estland (eerste leveringen). Megalain verkocht de vis op de dag van de eerste levering of de dag erop aan klanten in Denemarken, Duitsland, Nederland en Polen (tweede leveringen).

 De goederen werden door Toridas aan Megalain verkocht overeenkomstig een tussen partijen gesloten samenwerkingscontract. Op basis van dit contract verbond Megalain zich ertoe de betrokken goederen binnen 30 dagen na de eerste levering het Litouwse grondgebied te laten verlaten en Toridas de documenten te overhandigen ten bewijze dat deze goederen dit grondgebied daadwerkelijk hadden verlaten. Toridas had zich van haar kant ertoe verbonden de goederen in ontvangst te nemen, inclusief de opslag, en alle bijhorende kosten voor haar rekening te nemen totdat deze goederen Litouwen daadwerkelijk hadden verlaten.

Een deel van de betrokken goederen werd onmiddellijk na doorverkoop verzonden vanuit Litouwen naar de andere lidstaten waar de afnemers van de tweede leveringen waren gevestigd, zonder via Estland te transiteren.

Een ander deel werd vervoerd naar de bedrijfsruimte van tussenpersonen in Litouwen, om te worden bewerkt alvorens rechtstreeks te worden vervoerd naar de afnemers. In alle gevallen zorgde Megalain ervoor dat de betrokken goederen werden bewerkt alsook uitgevoerd.

Voor de eerste leveringen werd op de facturen welke Toridas aan Megalain uitreikte, vermeld dat de handelingen tegen het nultarief werden belast als intracommunautaire leveringen van goederen. Op de facturen werd vermeld dat de betrokken goederen werden geladen en geleverd op het adressen van tussenpersonen in Litouwen.

Voor de tweede leveringen stelde Megalain de facturen exclusief btw op, overeenkomstig het bepaalde in de btw-richtlijn betreffende de vrijstelling voor intracommunautaire verwervingen van goederen. Ook werd melding gemaakt van de plaats van lading van de betrokken goederen, namelijk de bedrijfsruimte van tussenpersonen, in Litouwen, en van een plaats van levering van de betrokken goederen, namelijk een adres in de lidstaat van elke afnemer.

Bij een controle stelde de Litouwse belastingdienst zich op het standpunt dat de eerste leveringen kwalificeerden als binnenlandse welke tegen het normale tarief belastbaar waren. Toridas was het niet eens met dit standpunt van de Litouwse belastingdienst en stelde beroep in. In deze beroepsprocedure stelde de Litouwse rechter prejudiciële vragen aan het EU-Hof van Justitie.

De eerste prejudiciële vraag welke de Litouwse rechter stelde was of de levering van goederen door een in Litouwen gevestigde belastingplichtige (dus de eerste levering) moest worden vrijgesteld van omzetbelasting indien voordat de daadwerkelijke levering plaatsvond, de afnemer in de andere lidstaat die goederen onmiddellijk doorverkocht aan een in een derde lidstaat gevestigde belastingplichtige, voor wie die goederen ook werden vervoerd naar de desbetreffende derde lidstaat.

In dit verband besliste het Hof van Justitie dat geen sprake was van een vrijgestelde intracommunautaire transactie indien de afnemer in de andere lidstaat nog voor de levering tot stand kwam aan de leverancier heeft gemeld dat de goederen zijn doorverkocht aan een afnemer in een derde lidstaat voordat ze de eerste lidstaat hebben verlaten en zouden worden vervoerd met als bestemming een belastingplichtige in een derde lidstaat. Wel stelt het Hof voor deze uitleg als voorwaarde dat de tweede levering daadwerkelijk plaatsheeft en de goederen vanuit de eerste lidstaat rechtstreeks worden vervoerd naar de afnemer in de derde lidstaat.

Voorts oordeelde het Hof dat het feit dat de eerste afnemer voor de omzetbelasting is geïdentificeerd in een andere lidstaat dan de lidstaat van de plaats van de eerste levering of van de plaats van de eindverwerving, geen criterium is om een handeling te kwalificeren als een intracommunautaire handeling en vormt op zich geen afdoende bewijs van de intracommunautaire aard van een handeling.

Ook stelde de Litouwse rechter de vraag of het voor het antwoord op de eerste vraag verschil maakt of een deel van de goederen werd bewerkt in opdracht van een belastingplichtige (i.e. Megalain) die is gevestigd (en voor btw-doeleinden is geïdentificeerd) in de tweede lidstaat, voordat zij werden vervoerd naar de derde lidstaat?”

In dit verband oordeelde het Europees Hof dat het feit dat de goederen tijdens een keten van twee opeenvolgende leveringen als hiervoor beschreven, in opdracht van de afnemer die als tussenpersoon handelt, zijn bewerkt alvorens te zijn vervoerd naar de lidstaat van de eindafnemer, van geen belang is voor de voorwaarden voor de eventuele vrijstelling voor de eerste levering voor zover deze bewerking na de eerste levering plaatsvindt.

Hof van Justitie EU 26 juli 2017, ECLI:EU:C:2017:599

http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=193212&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=718542