Geen matiging verzuimboete omdat schulden aan familieleden geen beslag leggen op betaalcapaciteit

De inspecteur heeft aan belanghebbende een aanslag inkomstenbelasting opgelegd en gelijktijdig een verzuimboete van € 369.

Belanghebbende is ondernemer en is uitgenodigd, herinnerd en aangemaand tot het doen van aangifte inkomstenbelasting voor het jaar 2015. De aangifte moest uiterlijk op 18 november 2016 zijn ingediend en is ingekomen op 19 februari 2017. In geschil is of de boete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Het Hof stelt vast dat belanghebbende, hoewel daartoe te zijn uitgenodigd, herinnerd en aangemaand, niet tijdig heeft voldaan aan zijn aangifteverplichting. Het Hof is daarom, met de Rechtbank, van oordeel dat de opgelegde verzuimboete in overeenstemming is met de wet- en regelgeving. Het Hof wijst belanghebbende erop dat de lopende procedures over 2013 en 2014 geen rechtvaardiging zijn om niet binnen de gestelde termijnen aangifte te doen over 2015. Ook niet als deze lopende procedures relevant zouden zijn voor het doen van de aangifte voor het jaar 2015.

Belanghebbende doet een beroep op matiging vanwege de financiële omstandigheden waarin hij verkeert. Naar het oordeel van het Hof blijkt uit de stukken dat belanghebbende beschikte over zodanige inkomsten en vermogensbestanddelen dat zijn financiële situatie niet van invloed is op de mate van verwijtbaarheid van het door hem gepleegde aangifteverzuim en dat zijn financiële situatie evenmin aanleiding is tot matiging van de opgelegde verzuimboete. De gestelde langlopende schulden aan meergenoemde familieleden leiden niet tot een ander oordeel nu belanghebbende niet aflost en geen rente betaalt, zodat deze schulden geen beslag leggen op zijn betaalcapaciteit.

Het Hof acht de opgelegde verzuimboete van € 369 passend en geboden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:2999