Gerechtshof Amsterdam oordeelt over indelen van e-reader

Belanghebbende heeft een BTI aangevraagd voor een e-reader, waarna de inspecteur deze heeft ingedeeld onder post 8543 70 90 van de GN. Belanghebbende heeft tegen de BTI bezwaar gemaakt, dit bezwaar is afgewezen. Belanghebbende is hiertegen in beroep gegaan, het beroep is door de Rechtbank ongegrond verklaard. Ook bij het Hof is de indeling van de e-reader in geschil. Belanghebbende bepleit primair indeling onder post 8471 (computer), subsidiair post 4901 (boek), danwel post 4911 (ander drukwerk) en meer subsidiair post 8543 (andere machines) of onderverdeling 8543 70 10 (elektrische machines met vertaal- of woordenboekfuncties). De inspecteur staat indeling voor in onderverdeling 8543 70 90 (andere machines, apparaten en toestellen; andere).

Volgens belanghebbende voldoet de e-reader aan alle voorwaarden die
aantekening 5 A op hoofdstuk 84, Verordening (EU) nr. 763/2011 van de Commissie van 29 juli 2011 stelt voor kwalificatie als “automatische gegevensverwerkende machine” en kan daarom uitsluitend worden ingedeeld als automatische gegevensverwerkende machine in post 8471. Het Hof verwerpt deze stelling en overweegt ter zake als volgt. Aantekening 5 E bevat geen rechtsregel die inhoudt dat elke machine die aan de voorwaarden van aantekening 5 A voldoet altijd in post 8471 dient te worden ingedeeld, noch een regel die inhoudt dat een machine die aan de voorwaarden van aantekening 5 A voldoet, maar tevens over een andere functie beschikt, altijd overeenkomstig die andere functie zou moeten worden ingedeeld. Daarnaast overweegt het Hof dat uit aantekening 3 op afdeling XVI (waarvan hoofdstuk 84 en 85 deel uitmaken) volgt dat machines met twee of meer verschillende functies, ingedeeld worden naar de hoofdfunctie die kenmerkend is voor het complex.

In het Amazon-arrest (C-58/14) heeft het HvJ EU – met betrekking tot een e-reader met een vertaal- en woordenboekfunctie van een andere fabrikant – overwogen dat een product moet worden ingedeeld op basis van de hoofdfunctie ervan. Daarnaast blijkt, uit het arrest British Sky Broadcasting Group en Pace (C-288/09 en C-289/09), dat bij de indeling rekening moet worden gehouden met wat voor een consument hoofd- en bijzaak is. Bij de indeling van een product dient dus geen rekening te worden gehouden met een van de bijfuncties maar met de hoofdfunctie ervan, ook al ontbreekt zoals in het hoofdgeding een GN-postonderverdeling die specifiek overeenkomt met deze hoofdfunctie. Hieruit volgt dat een product, bij gebreke van een post die overeenkomt met de hoofdfunctie ervan, moet worden ingedeeld onder de GN-sluitpost, postonderverdeling 8543 70 90. Naar de mening van het Hof heeft voor de e-reader hetzelfde te gelden.

Op grond van de eigenschappen van de e-reader is het Hof van oordeel dat de leesfunctie van de e-reader de hoofdfunctie is, ook omdat de e-reader niet beschikt over de voor een tablet-computer gangbare uitrusting. Volgens het Hof dient de e-reader te worden ingedeeld in post 8543, postonderverdeling 8543 70 90. Het Hof ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen. Het Hof merkt nog op dat indeling onder de door belanghebbende subsidiair voorgestane posten niet mogelijk is.

De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is.

Gerechtshof Amsterdam, 16 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:20171147

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:1147