Gevangenisstraf voor verdachte die maandaangiften omzetbelasting niet deed terwijl er een aanzienlijke omzet was geboekt

Verdachte heeft zich naar het oordeel van de Rechtbank schuldig gemaakt aan belastingfraude door opzettelijk geen maandaangiften omzetbelasting te doen over het jaar 2011 voor zijn eenmanszaak, terwijl verdachte een aanzienlijke omzet had geboekt. Als gevolg daarvan is de verschuldigde omzetbelasting te laag vastgesteld.

De Rechtbank overweegt dat de goede werking van het belastingsysteem staat of valt met het indienen en de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van aangiften. Dit systeem is mede gebaseerd op het vertrouwen dat de ondernemer een (juiste) aangifte doet en dat de Belastingdienst op basis daarvan de verschuldigde omzetbelasting kan vaststellen. Daarvan heeft verdachte misbruik gemaakt met als gevolg dat financieel nadeel aan de Nederlandse staat (en daarmee de samenleving) is berokkend. De Rechtbank kan de hoogte van het nadeel niet exact bepalen, nu de in het dossier opgenomen berekeningen eveneens zien op gedragingen van verdachte waarvan de Rechtbank niet met zekerheid kan vaststellen dat de Staat daardoor is benadeeld. Uit het dossier komt naar het oordeel van de Rechtbank echter voldoende naar voren dat de eenmanszaak van verdachte transacties heeft verricht in 2011 met betrekking tot exclusieve en dure horloges, waarvoor hij geen omzetbelasting heeft afgedragen.

De Rechtbank stelt vast dat verdachte eerder strafrechtelijk is veroordeeld voor een strafbaar feit dat (indirect) verband hield met de inning van omzetbelasting. Verdachte was daarmee een gewaarschuwd man, maar heeft geen blijk gegeven lering te hebben getrokken uit de eerdere strafoplegging. De Rechtbank weegt daarnaast mee dat verdachte bij de FIOD geen verklaring heeft willen geven en eveneens niet ter zitting is verschenen. Daarmee neemt hij geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen. De Rechtbank zal bij de strafoplegging als strafverzwarende omstandigheid meewegen dat sprake is van recidive. In strafmatigende zin houdt de Rechtbank rekening met het feit dat de redelijke termijn is overschreden.

De Rechtbank acht – alles afwegende – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden passend en geboden. De vennootschap is vrijgesproken van het opzettelijk indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:3996

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:3997