Grote belastingfraude in de vleessector

Aan verdachte wordt (onder meer)  tenlastegelegd dat hij opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting, loonheffingen en inkomstenbelasting heeft ingediend, waardoor te weinig belasting is geheven. Tevens wordt verdachte verweten een valse bedrijfsadministratie te hebben gevoerd door opzettelijk valse facturen te maken dan wel in de administratie op te nemen alsmede het witwassen van gelden.

Naar het oordeel van de Rechtbank heeft verdachte zich gedurende een periode van ruim 6 jaar schuldig gemaakt aan het op grote schaal zwart in- en verkopen van vlees. Om dit te verhullen werden valse facturen geaccepteerd bij de inkoop en opgesteld voor en verstrekt bij de verkoop. De valse facturen werden opgenomen in de bedrijfsadministratie. Tevens werden er onjuiste aangiften omzetbelasting en inkomstenbelasting gedaan en werd er geld witgewassen.

Verdachte heeft derhalve naar het oordeel van de Rechtbank jarenlang een zwart geldcircuit in stand gehouden. Volgens de Rechtbank heeft verdachte de zaken in zijn onderneming pas aangepast omdat zijn strafbare handelen is opgemerkt door de autoriteiten. De Rechtbank stelt vast dat verdachte ondanks een veelheid aan bewijsmateriaal nog steeds is blijven ontkennen. Naar het oordeel van de Rechtbank is dat zijn goed recht, maar hierdoor heeft de Rechtbank geen inzicht in zijn beweegredenen Daardoor blijft het beeld dat uit het dossier oprijst dat verdachte louter heeft gehandeld uit financieel gewin onweersproken. Verdachte geeft daarmee geen blijk van inzicht in de strafwaardigheid van zijn gedragingen hetgeen ernstig afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn ter zitting geuite beweringen, dat hij inmiddels alles onder controle heeft en dat er in de toekomst geen vrees voor herhaling bestaat.

Gelet op de ernst en duur van de feiten en het kennelijk louter financieel motief van verdachte, kan de Rechtbank niet anders reageren dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De Rechtbank heft de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte niet op, zodat verdachte in de gelegenheid is om maatregelen te nemen om de voortgang van zijn bedrijf te verzekeren bij de executie van de straf.

De Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Naast verdachte is een aantal medeverdachten veroordeeld ter zake van de onderhavige fraude. Ook aan deze medeverdachten zijn door de Rechtbank straffen opgelegd, waaronder gevangenisstraffen en geldboetes.

Rechtbank Rotterdam 18 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4939

Rechtbank Rotterdam 18 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4940

Rechtbank Rotterdam 18 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4941

Rechtbank Rotterdam 18 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4942

Rechtbank Rotterdam 18 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4943

Rechtbank Rotterdam 18 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4944

Rechtbank Rotterdam 18 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4945