Het niet opgeven van een illegale inkomstenbron (hennepkwekerij) levert verdachte terecht een vergrijpboete op

Belanghebbende is door het Hof Den Haag vrijgesproken van exploitatie van hennepkwekerijen maar wel veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie met het oog op de teelt van hennep in de jaren 2013 en 2014. Belanghebbende heeft in zijn aangiftes 2013 en 2014 een box-1-inkomen aangegeven van € 2.332, respectievelijk € 263. Belanghebbende heeft meerdere malen niet voldaan aan de informatieverzoeken van de inspecteur, waardoor de inspecteur een informatiebeschikking heeft opgelegd. De inspecteur heeft zich bij het opleggen van de aanslagen inkomstenbelasting op het standpunt gesteld dat sprake is van een niet direct aan te wijzen bron van inkomen. Het inkomen is dan ook gecorrigeerd naar een belastbaar inkomen van € 45.932, respectievelijk € 42.071. Voor het jaar 2014 heeft de inspecteur ook een vergrijpboete van 50% opgelegd. In geschil is onder meer of die vergrijpboete terecht is opgelegd.

De Rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende een aanzienlijk bedrag aan inkomsten heeft genoten en dat niet heeft aangegeven. Belanghebbende is veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie met het oog op de teelt van hennep en heeft zich volgens het Hof Den Haag kennelijk enkel laten leiden door geldelijk gewin. Een feit van algemene bekendheid is dat deze inkomsten in de belastingheffing dienen te worden betrokken. Door het niet aangeven van de door hem uit de deelname aan een criminele organisatie genoten inkomsten, heeft belanghebbende willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat als gevolg daarvan te weinig belasting zou worden geheven. Het door de inspecteur gehanteerde boetepercentage van 50% acht de Rechtbank in overeenstemming met de ernst van het vergrijp.

Verder matigt de Rechtbank de vergrijpboete met 20%, omdat de aanslag met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast is vastgesteld. De boete komt daardoor uit op 40% van de boetegrondslag.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:3477