Hof beraadt zich langdurig over mogelijk hogere straf voor AA-accountant wegens belastingfraude

Verdachte, werkzaam als AA-accountant, is door de Rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer 5 jaar schuldig gemaakt aan belastingfraude door telkens te hoge bedragen aan voorbelasting en te lage bedragen aan omzetbelasting op te geven.

Verdachte is tegen zijn veroordeling in hoger beroep gegaan. Hierbij is verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan wel deze geheel voorwaardelijk op te leggen met eventueel een werkstraf of geldboete. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou de positieve ontwikkeling in het leven van verdachte doorkruisen en het voortbestaan van zijn onderneming in gevaar brengen. Ook zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de lopende terugbetaling aan de Belastingdienst in gevaar brengen.

Het Hof is van oordeel dat de werking van het systeem van de omzetbelasting ernstig wordt aangetast als aangiften worden gedaan die niet overeenkomstig de werkelijkheid zijn. De Belastingdienst moet erop kunnen vertrouwen dat de aangifte juist en correct wordt ingediend. Verdachte, die nota bene werkzaam was als AA-accountant, heeft het in hem gestelde vertrouwen naar het oordeel van het Hof op grove wijze misbruikt en van dit stelsel op een grove wijze geprofiteerd. Verdachte heeft slechts aan zijn eigen financiële gewin gedacht. Hierdoor heeft verdachte de Staat benadeeld voor een bedrag van € 272.297.

Het Hof is van oordeel dat verdachte zijn handen dicht mag knijpen met de door de Rechtbank opgelegde straf. De ondergrens van de rechterlijke oriëntatiepunten van straftoemeting is in beginsel voor een first-offender twaalf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.  Het Hof is van oordeel dat de Rechtbank verdachte met de hem opgelegde straf tot het uiterste tegemoet is gekomen en het Hof heeft zich er langdurig over beraden of toch niet een hogere straf zou moeten worden opgelegd. Het Hof bevestigt – in aanmerking nemende dat verdachte door de Accountantskamer reeds voor zeven jaren is uitgeschreven uit het accountantsregister en dat reeds een deel is terugbetaald aan de Belastingdienst – de straf die door de Rechtbank is opgelegd.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 juni 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:5460

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:5460