Hof matigt verzuimboete wegens onevenredigheid met betrekking tot het begane verzuim

Aan belanghebbende is een verzuimboete opgelegd van € 2.941 wegens het niet tijdig betalen van de dividendbelasting.

In geschil is of de verzuimboete terecht en tot het juiste bedrag aan belanghebbende is opgelegd.

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de boete moet worden vernietigd, omdat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding (6:11 Awb) inzake de betaling. Het Hof verwerpt dit verweer en overweegt dat de verschoonbare termijnoverschrijding enkel betrekking heeft op de overschrijding van bezwaar- of beroepstermijnen en niet de overschrijding van een betalingstermijn.

Belanghebbende betoogt verder dat sprake is van afwezigheid van alle schuld (avas) omdat sprake is van een verzuim van de gemachtigde om belanghebbende tijdig te informeren over de betaling van de dividendbelasting en zij alle in de gegeven omstandigheden van haar in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht.

Het Hof verwerpt het beroep op avas. Belanghebbende kon naar het oordeel van het Hof in ieder geval op 3 februari 2018 weten dat zij de dividendbelasting uiterlijk op 30 januari 2017 had moeten betalen naar aanleiding van een e-mail van de gemachtigde aan belanghebbende. Het Hof acht het daarnaast aannemelijk dat de betalingstermijn tijdens de bespreking van de aangifte dividendbelasting met de gemachtigde aan de orde is geweest. Door de betaling eerst op 7 februari 2017 te doen kan naar het oordeel van het Hof niet worden gezegd dat alle in de gegeven omstandigheden van haar in redelijkheid te vergen zorg is betracht om tijdig te betalen. Zij had met betrekking tot de betaling ook zelf een vinger aan de pols moeten houden. Belanghebbende komt ook geen beroep op de coulanceregeling toe, omdat de betaling buiten de zeven dagen na afloop van de wettelijke betalingstermijn is geschied.

Naar het oordeel van het Hof staat de verzuimboete van € 2.941 echter niet in evenredige verhouding tot de ernst van de verwijtbare gedraging, zijnde een te late betaling. Gegeven de omstandigheden acht het Hof een verzuimboete van € 1.500 passend en geboden voor het verzuim dat door belanghebbende is begaan.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:4532