Hof vindt verzuimboete van € 4.872 niet dermate fors dat om die reden tot matiging zou moeten worden overgegaan

Belanghebbende heeft de Griekse nationaliteit en zijn partner de Bulgaarse. Belanghebbende staat geregistreerd op een Nederlands adres.

Bij een controle op 17 mei 2016 is door een toezichthouder van de Belastingdienst geconstateerd dat belanghebbende als bestuurder van een personenauto, voorzien van een Bulgaars kenteken, gebruik maakte van de openbare weg in Nederland. Voor de auto is in Nederland geen motorrijtuigenbelasting betaald.

Naar aanleiding daarvan heeft de inspecteur een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd van € 4.872 en een verzuimboete van 100%. Onder meer is in geschil of de verzuimboete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Belanghebbende heeft gesteld dat de auto hem niet gedurende het gehele naheffingstijdvak in Nederland feitelijk ter beschikking stond maar dat de auto zich regelmatig in Bulgarije bevond. Naar het oordeel van het Hof is belanghebbende er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de auto hem in bepaalde tijdvakken van de naheffingsperiode niet feitelijk in Nederland ter beschikking heeft gestaan. Het enkele bewijs van reparatie op 23 december 2015 is daartoe niet toereikend. Hierbij acht het Hof van belang dat de afgelegde verklaringen van belanghebbende over het gebruik van de auto niet eenduidig zijn.

In de omstandigheid dat het naheffingstijdvak – en daarmee de boetegrondslag – door middel van een wettelijke fictie is bepaald, ziet het Hof geen grond voor vermindering van de verzuimboete. Ook zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die aanleiding geven de opgelegde verzuimboete te matigen. Belanghebbende heeft weliswaar gesteld dat zijn financiële omstandigheden, gelet op zijn inkomen en gezinssituatie, ontoereikend zijn om de onderhavige boete te kunnen dragen, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd.

Het Hof merkt op dat de boete weliswaar als fors kan worden bestempeld, maar niet dermate fors dat deze reeds om die reden niet passend en geboden zou zijn. Het Hof acht, alle omstandigheden afwegende, waaronder ook dat belanghebbende kennelijk handelt in auto’s, de door de inspecteur opgelegde verzuimboete passend en geboden voor het verzuim dat door belanghebbende is begaan.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:7495