Hof ziet geen reden tot matiging van de vergrijpboete o.g.v. financiële omstandigheden nu hierin geen controleerbaar inzicht is verschaft

Belanghebbende stelt een kantoorruimte ter beschikking aan X BV. De inspecteur heeft de aanslag inkomstenbelasting 2010 vastgesteld en zich daarbij op het standpunt gesteld dat ter zake van de terbeschikkingstelling van een kantoorruimte een hoger bedrag in box 1 in aanmerking moet worden genomen. De inspecteur heeft daarom correcties toegepast en een vergrijpboete van 50% opgelegd (resulterende in een bedrag van € 36.309), nu volgens de inspecteur (voorwaardelijk) opzet bewezen kan worden.

Belanghebbende heeft in hoger beroep aangevoerd dat de boete verminderd moet worden tot 5% (€ 1.725) vanwege zijn slechte financiële omstandigheden.

Het Hof stelt vast dat belanghebbende ten onrechte geen resultaat ter zake van de ter beschikking gestelde kantoorruimte heeft aangegeven in de aangifte inkomstenbelasting. Ten aanzien van de boete verwijst het Hof naar jurisprudentie van de Hoge Raad en overweegt dat een rechter alleen naar aanleiding van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ten aanzien het ontbreken van draagkracht gehouden is om zijn uitspraak op dat punt van een nadere motivering te voorzien. Voorts overweegt het Hof dat voor de draagkracht de financiële situatie ten tijde van de rechterlijke beoordeling van belang is.

Het Hof overweegt dat belanghebbende geen controleerbaar inzicht heeft verschaft in zijn huidige financiële omstandigheden. Het Hof ziet daarin derhalve geen aanleiding om de boete te matigen.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 januari 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:310

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2017:310