Hoge Raad laat uitspraak Hof Amsterdam in stand waarin de inspecteur niet voldeed aan de bewijslast voor de onjuistheid van de aangegeven transactiewaarden

De Hoge Raad heeft arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. (Zie de SpotOn van 6 juli 2017: Douaneschulden niet door verjaring teniet gedaan, maar inspecteur voldoet niet aan bewijslast: www.debontspoton.nl/category/douane/page/3/)

Voor het Hof was in geschil of de bestreden UTB terecht aan belanghebbende is uitgereikt. Meer in het bijzonder houdt partijen verdeeld of de Inspecteur terecht de door belanghebbende vermelde douanewaarde heeft verhoogd. Het Hof bevestigt de uitspraak van Rechtbank Noord-Holland en oordeelt dat de Inspecteur niet aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan, zodat geen sprake is van na te vorderen douaneschulden. 

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie met toepassing van art. 81 RO ongegrond. 

Hoge Raad 1 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3046

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:3046