Hoge Raad staat vermindering douanewaarde voor met fabricage samenhangend risico op defecten toe onder voorwaarden

De Hoge Raad heeft arrest gewezen op het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van Rechtbank Noord-Holland. In het kader van dit geding waren eerder al prejudiciële vragen gesteld door de Hoge Raad aan het HvJ EU. (Zie de SpotOn van 26 oktober 2017: HvJ oordeelt over douanewaarde ingevoerde auto’s: www.debontspoton.nl/category/douane/)

Uit de prejudiciële beslissing van het HvJ EU volgt dat art. 145, lid 2 UCDW ook ziet op een situatie waarin wordt vastgesteld dat op de datum van aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer van een goed het met de fabricage samenhangende risico bestaat dat dit goed bij gebruik ervan defect zal raken. De verkoper kan om die reden een prijsvermindering toekennen in de vorm van een vergoeding van de kosten die de koper heeft gemaakt om het goed zodanig aan te passen dat het risico wordt uitgesloten. Dienovereenkomstig mag de douanewaarde worden verminderd en kunnen invoerrechten worden teruggevraagd.

Gelet op de visie van het HvJ EU kan de uitspraak van de Rechtbank niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen en draagt de Inspecteur op belanghebbende terugbetaling van douanerechten te verlenen.

Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3085

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:3085