In hoger beroep wederom 21 maanden gevangenisstraf voor verdachte die ‘een luxe leventje’ wilde

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat hij gedurende een periode van zes jaar belastingfraude heeft gepleegd, door opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting in te dienen.

Verdachte heeft bekend dat hij onjuiste aangiften omzetbelasting heeft ingediend. Verdachte heeft telkens te hoge bedragen aan voorbelasting opgegeven, waardoor hij per saldo altijd omzetbelasting terugkreeg van de Belastingdienst. Op deze wijze hebbende de Staat en de Europese Unie een belastingnadeel van € 914.170 geleden.

Het Hof overweegt dat verdachte leefde van de door middel van de belastingfraude ontvangen gelden. Hij deed naar de buitenwereld voorkomen dat hij directeur van een goed lopend bedrijf was. Verdachte was evenwel in werkelijkheid werkloos en dreef geen onderneming (meer). Naar eigen zeggen heeft verdachte het ontvangen geld besteed aan vakanties, etentjes, auto’s, bezoeken aan nachtclubs en bordelen, en aan maandelijkse gezinslasten. Met dit uitgavenpatroon wilde verdachte een gevoel van luxe creëren. De enige drijfveer voor verdachte was financieel gewin. Het Hof neemt dit verdachte kwalijk.

Het Hof overweegt voorts dat verdachte, nadat hem in april 2013 door een belastingambtenaar was gevraagd om inlichtingen te verstrekken in verband met een boekenonderzoek, is doorgegaan met het indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting. De verdachte heeft daarbij, om het boekenonderzoek destijds te vertragen, de belastingambtenaren voorgelogen dat hij een ernstig ongeluk had gehad waarbij hij in coma zou zijn geraakt. Het Hof heeft met deze omstandigheden in strafverzwarende zin rekening gehouden bij de straftoemeting. Het Hof heeft daarnaast acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie, waaruit volgt dat verdachte eerder (onherroepelijk) is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Naar het oordeel van het Hof kan gelet op het voorgaande niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming. Het Hof veroordeelt verdachte – net als de Rechtbank – tot een gevangenisstraf van 21 maanden.

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 7 maart 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:891

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2017:891