Inspecteur maakt beleidswijziging niet aannemelijk: Rechtbank hanteert beleid zonder wijziging en vermindert vergrijpboete onder verwijzing naar gelijkheidsbeginsel

Belanghebbende drijft een administratiekantoor in de vorm van een eenmanszaak en is belastingplichtig voor de omzetbelasting. Naar aanleiding van een boekenonderzoek dat is ingesteld door de inspecteur, zijn naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd alsmede vergrijpboeten van 50%. De vergrijpboeten zijn in geschil.

De Rechtbank is van oordeel dat sprake is van opzet, nu belanghebbende er bewust voor heeft gekozen om de verschuldigde omzetbelasting niet te betalen vanwege de financiële omstandigheden.

De Rechtbank stelt vervolgens vast dat de Belastingdienst een intern beleid voert, waaruit volgt dat de Belastingdienst bij balansschulden omzetbelasting boven de € 50.000 een schuldonderzoek uitvoert. Bij balansschulden beneden de € 50.000 vindt een dergelijk onderzoek niet plaats en zal worden volstaan met een betaalverzuimboete van 10%. Bij belanghebbende was sprake van een balansschuld onder de € 50.000.De Rechtbank stelt in dat verband vast dat in beginsel geen schuldonderzoek plaats had dienen te vinden.

Volgens de inspecteur was bij belanghebbende, gelet op de aard van zijn onderneming, sprake van ernstige bedenkingen die ertoe hebben geleid dat bij hem een boekenonderzoek is ingesteld en tot schuldonderzoek is overgegaan. De inspecteur stelt dat het beleid inmiddels was gewijzigd in die zin dat er een uitzondering is opgenomen voor gevallen van ‘ernstige bedenkingen’.

De Rechtbank is van oordeel dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt wanneer die beleidswijziging heeft plaatsgevonden. De Rechtbank gaat er daarom vanuit dat het beleid nog van toepassing was ten tijde van het opleggen van de vergrijpboeten. Het is dan in strijd met het gelijkheidsbeginsel dat bij belanghebbende niet volstaan is met verzuimboeten van 10%.

Belanghebbende voert overigens nog aan dat op het biljet met de uitspraak op bezwaar is vermeld dat de boete wordt vernietigd. De Rechtbank is echter van oordeel dat dit duidelijk – ook voor belanghebbende – een kenbare fout betreft, gelet op hetgeen op het biljet is vermeld. Aan deze onzorgvuldigheid verbindt de Rechtbank dan ook geen rechtsgevolgen.

De Rechtbank vermindert de boeten tot 10%.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 maart 2016

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:1440