Inspecteur maakt niet aannemelijk dat er meer aan de hand is dan ‘gewone slordigheid’; vergrijpboete vernietigd

De inspecteur heeft aan belanghebbende naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over 2012 en 2013. Tevens zijn er vergrijpboetes opgelegd van respectievelijk € 1.259 en € 10.446.

Belanghebbende werd verdacht van (betrokkenheid bij) valsheid in geschrift, witwassen en deelname aan een criminele organisatie tezamen met een aantal andere (rechts)personen. Ter zake van deze verwijten is rechtsbijstand gezocht. De advocaten hebben de diensten gefactureerd aan belanghebbende en belanghebbende heeft de omzetbelasting van deze diensten in aftrek gebracht.

De vergrijpboete is onder meer onderwerp van geschil.

De inspecteur stelt zich op het standpunt dat het aan grove schuld van belanghebbende is te wijten dat zij ten onrechte omzetbelasting in aftrek heeft gebracht op facturen die niet aan haar zijn gericht, die onjuist te naam zijn gesteld dan wel die betrekking hebben op diensten die ten behoeve van andere personen zijn verricht. Bovendien had de inspecteur belanghebbende al eind 2012 laten weten dat de voorbelasting op de rechtsbijstand voor andere personen niet aftrekbaar is.

In lijn met Europeesrechtelijke jurisprudentie dient een belastingplichtige een redelijke termijn te worden gegund om kennis te nemen van nieuwe rechtspraak, de inhoud tot zich te nemen en eventuele wijzigingen door te voeren binnen de eigen organisatie. Het Hof is van oordeel dat belanghebbende niet meer tijd heeft genomen dan redelijkerwijs nodig was om haar handelwijze aan te passen. Belanghebbende heeft na ontvangst van het controlerapport immers direct haar handelwijze aangepast. Dat het standpunt van belanghebbende onjuist is bevonden, betekent niet dat sprake is van grove schuld.

De inspecteur heeft verder volstaan met de opmerking dat belanghebbende de voorbelasting ten onrechte in aftrek heeft gebracht, gezien de onjuiste tenaamstelling. De inspecteur heeft naar het oordeel van het Hof geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit de conclusie kan worden getrokken dat sprake is van ernstige nalatigheid of laakbare slordigheid aan de zijde van belanghebbende. De enkele conclusie dat de facturen bij een ander lijken thuis te horen, onderbouwt het verwijt van grove schuld niet.

Het Hof vernietigt de aan belanghebbende opgelegde vergrijpboete.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:8471