Katvanger van BV vrijgesproken voor feitelijk leidinggeven aan indienen onjuiste aangiften omzetbelasting

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij – als feitelijk leidinggever – opzettelijk een onjuiste aangifte omzetbelasting heeft ingediend, waardoor te weinig belasting is geheven.

De Rechtbank stelt vast dat uit het dossier volgt dat de BV geen aangifte omzetbelasting heeft gedaan over het tweede kwartaal van 2010, terwijl er in die periode wel economische activiteiten op haar naam zijn verricht. Uit het dossier blijkt volgens de Rechtbank dat een groot aantal goederen op naam van de BV is gekocht en verkocht. Door hierover geen aangifte omzetbelasting te doen, is te weinig omzetbelasting geheven. Dit gebeurde naar het oordeel van de Rechtbank opzettelijk, nu alle handelingen binnen de BV plaatsvonden in het kader van een BTW carrousel, een fraude die per definitie gericht is op het verkrijgen van voordeel als gevolg van het niet (volledig) voldoen aan de belastingplicht.

Verdachte was enig aandeelhouder en bestuurder van de BV en formeel derhalve verantwoordelijk voor de handelingen van de onderneming. De feitelijke handelingen werden echter uitsluitend verricht door iemand anders.

De Rechtbank overweegt dat is gebleken dat verdachte zijn functie als statutair bestuurder lichtvaardig heeft aanvaard en nooit uitvoering heeft gegeven aan de wettelijke verplichtingen die daaruit voortvloeiden doordat hij zich nooit heeft bekommerd om de vraag of er economische activiteiten binnen de BV plaatsvonden en geen zicht had op de administratie. Desalniettemin kan naar het oordeel van de Rechtbank niet worden bewezen dat verdachte al vanaf het aanvaarden van zijn functie als bestuurder op de hoogte was van het feit dat de vennootschap enkel bedoeld was voor het plegen van belastingfraude. Volgens de Rechtbank biedt het dossier geen aanknopingspunten om verdachte als feitelijk leidinggever van de gepleegde strafbare feiten aan te merken. Daarvoor moet immers blijken dat verdachte bevoegd en redelijkerwijs gehouden was om maatregelen ter voorkoming van die strafbare gedragingen te nemen. Dit vereist volgens de Rechtbank een zekere macht, invloed en verantwoordelijkheid van de strafbare gedragingen, waarvan in het geval van verdachte niet is gebleken.

Evenmin heeft verdachte naar het oordeel van de Rechtbank bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er strafbare gedragingen zouden worden gepleegd. De enkele omstandigheid dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichtingen van een formeel bestuurder, is daarvoor onvoldoende. Dit zou mogelijk anders zijn geweest als verdachte een aanzienlijk geldbedrag had gekregen voor zijn handelingen.

De Rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Rechtbank Amsterdam, 2 maart 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3953

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:3953