Matiging vergrijpboete wegens financiële omstandigheden

Belanghebbende exploiteert een muziekcafé. Bij een boekenonderzoek is door de inspecteur geconstateerd dat de administratie niet op orde is, omdat belangrijke gegevens niet zijn bewaard. De inspecteur heeft een theoretische omzetberekening gemaakt en heeft een naheffingsaanslag en een vergrijpboete van 25% opgelegd ter zake van grove schuld.

In geschil is onder meer of de vergrijpboete terecht is opgelegd.

De Rechtbank overweegt dat in geval van grove schuld belanghebbende redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat haar gedrag tot gevolg kon hebben dat te weinig belasting zou worden geheven. De Rechtbank is van oordeel dat een vergrijpboete geboden is, nu een goed, sluitend en controleerbaar administratiesysteem, waar belanghebbende verantwoordelijk voor was, ontbrak. Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de Rechtbank de conclusie dat sprake is van laakbare slordigheid en ernstige nalatigheid. De vergrijpboete is derhalve naar het oordeel van de Rechtbank terecht opgelegd.

De Rechtbank matigt evenwel de vergrijpboete tot 10% vanwege de financiële omstandigheden van belanghebbende.

Rechtbank Gelderland 31 mei 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:2766

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:2766