Matiging verzuimboete vanwege ‘logische gedachtegang’

Belanghebbende heeft een opgaaf intracommunautaire prestaties gedaan, waarbij een onjuist buitenlands btw-identificatienummer is opgegeven. De inspecteur heeft belanghebbende gewezen op deze tekortkoming. Belanghebbende heeft wel gereageerd, maar heeft niet (tijdig) een juist buitenlands btw-identificatienummer overgelegd. Om die reden heeft de inspecteur een verzuimboete van € 131 opgelegd. De verzuimboete is in geschil.

Belanghebbende doet een beroep op afwezigheid van alle schuld (avas). Belanghebbende voert aan dat hij alle gegevens waarover hij beschikte aan de inspecteur heeft verstrekt. Voorts voert belanghebbende aan dat hij als kleine ondernemer voldoende moeite heeft gedaan om het juiste btw-identificatienummer te achterhalen en nu hem dat niet is gelukt, het de plicht van de inspecteur is om hem hiermee te helpen.

Naar het oordeel van de Rechtbank heeft belanghebbende geen omstandigheden aannemelijk gemaakt die een beroep op avas rechtvaardigen. Hierbij neemt de Rechtbank in aanmerking dat belanghebbende op voorhand bekend had kunnen zijn met het feit dat het door hem doorgegeven btw-nummer in dit verband een onjuist btw-identificatienummer betrof. Als belanghebbende het nummer zou hebben ingevoerd op een daarvoor speciale website van de Europese Commissie, had belanghebbende de melding gekregen dat het nummer niet klopte. De Rechtbank overweegt dat ondernemers zelf verantwoordelijk zijn voor het overleggen van juiste btw-identificatienummers. Voor een geslaagd beroep op avas had belanghebbende naar het oordeel van de Rechtbank ten minste bewijs van enig contact met de Duitse afnemer moeten overleggen.

Ten aanzien van de vraag of de verzuimboete passend en geboden is, oordeelt de Rechtbank dat uit de stukken blijkt dat belanghebbende over het algemeen correcte opgaven intracommunautaire prestaties doet en eventuele geconstateerde fouten steeds binnen de termijn herstelt. Ook acht de Rechtbank het van belang dat belanghebbende geen voordeel heeft gehad van de fout en dat belanghebbende wel degelijk enige moeite heeft gedaan en een ‘logische gedachtegang heeft gevolgd’. Dit overwegende is de Rechtbank van oordeel dat een boete van € 65 passend en geboden is.

Rechtbank Noord-Nederland 13 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2350

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:2350