Navorderingsaanslag IB en boete vernietigd nu inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij belanghebbende sprake is geweest van voorkennis bij de verkoop van een pand

In geschil is de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2011, meer specifiek is in geschil of de inspecteur terecht en tot het juiste bedrag de opbrengst met betrekking tot het pand heeft belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Daarnaast is ook de vergrijpboete in geschil.

De inspecteur heeft gesteld dat belanghebbende op de hoogte was van de gunstige aankoopmogelijkheid van de panden. Belanghebbende beschikte daarom over voorkennis voor de aankoop. Deze voorkennis was verstrekt door de adviseur van de verkoper van de panden. Het gaat daarbij om de vraag wat belanghebbende ten tijde van de aankoop daadwerkelijk wist waardoor hij moet hebben begrepen dat hij met die aankoop een resultaat zou kunnen behalen dat het rendement bij normaal, actief vermogensbeheer te buiten zou gaan.

De rechtbank overweegt dat het bij voorkennis dient te gaan om een informatievoorsprong op anderen die maakt dat een belanghebbende redelijkerwijs voordeel kan verwachten. De voorkennis kan in dit geval in de kern op drie onderwerpen betrekking hebben: de ernst van de financiële situatie van de verkoper, zodat deze bereid zou zijn met een zeer lage verkoopprijs in te stemmen, een (kenbare) discrepantie tussen de koopprijs en de werkelijke waarde, of het feit dat de moeder van de verkoper naar alle waarschijnlijkheid niet lang meer te leven zou hebben (moeder huurde het pand), waarna het pand in vrije staat (en dus voor een aanzienlijk hogere waarde) verkocht zou kunnen worden.

De rechtbank acht het aannemelijk dat belanghebbende over minder informatie beschikte dan de adviseur. Dat belanghebbende kennis had van de financiële problemen, heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt. Belanghebbende beschikte daarom volgens de Rechtbank niet over (voor)kennis van de financiële positie van de verkoper. Door het overlijden van de verkoper had de vereffenaar belang bij een goede verkoopprijs. Daarmee is ook een discrepantie tussen de werkelijke waarde en de koopprijs niet aannemelijk. Tot slot heeft belanghebbende betwist dat hij kennis had over de levensduur van de moeder.

De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat belanghebbende over voorkennis beschikte. Daarmee heeft de inspecteur ook niet aannemelijk gemaakt dat als gevolg van de aangifte een aanzienlijk bedrag aan belasting is geheven. Dit heeft tot gevolg dat de verkoopopbrengst van het pand niet kan worden aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden, waardoor de navorderingsaanslag moet worden vernietigd. Hetzelfde geldt voor de boetebeschikking.

De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag en de boetebeschikking.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:4232