Niet opgegeven inkomsten leiden tot diverse aanslagen en vergrijpboeten

De inspecteur heeft aan belanghebbende aanslagen inkomstenbelasting, omzetbelasting en loonheffingen opgelegd, alsmede vergrijpboeten.

Sprake is van een limited die voor rekening en risico van belanghebbende wordt gedreven en waarvan de activiteiten bestonden uit het voeren van een administratiekantoor, accountancydiensten, belastingadvies en advisering op diverse gebieden. Belanghebbende begeleidt onder meer ondernemers bij boekenonderzoeken door de Belastingdienst en bij betalingsachterstanden van belastingaanslagen. Belanghebbende zou inkomsten hebben verzwegen in de eigen ingediende aangiften. Naar aanleiding daarvan heeft de inspecteur verschillende aanslagen mét vergrijpboeten opgelegd. In geschil zijn onder meer de vergrijpboeten voor een totaalbedrag van € 74.162.

Ten aanzien van de vergrijpboeten stelt de Rechtbank voorop dat de inspecteur de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat belanghebbende opzettelijk of met grove schuld niet de vereiste aangifte en betalingen heeft gedaan.

De Rechtbank is van oordeel dat belanghebbende ten minste willens en wetens de niet te verwaarlozen kans heeft aanvaard dat door het niet vermelden van de activiteiten en de daaruit vloeiende inkomsten onjuiste aangiften IB/PVV en omzetbelasting zijn gedaan en dat als gevolg daarvan te weinig belasting is geheven.

De Rechtbank rekent het belanghebbende aan dat de resultaten ter zake van de verrichte activiteiten in het geheel niet zijn aangegeven, terwijl belanghebbende – gelet op de professionele achtergrond – wist dat dergelijke resultaten opgegeven moesten worden in de aangiften. De Rechtbank vernietigt de vergrijpboete bij de naheffingsaanslag loonheffingen, nu niet is gebleken dat sprake is geweest van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.

De Rechtbank acht geen strafverminderende omstandigheden van toepassing en ook voor het overige acht de Rechtbank de opgelegde vergrijpboeten passend en geboden. Wel vermindert de Rechtbank de vergrijpboeten met 15% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Rechtbank Gelderland 6 december 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:6510

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:6510