Ondanks dat redelijke termijn is overschreden geen aanleiding (verzuim)boetes onder de € 200 te matigen

Aan belanghebbende zijn over de jaren 2010 tot en met 2014 en het eerste kwartaal van 2015 naheffingsaanslagen omzetbelasting met verzuimboetes opgelegd.

Bij belanghebbende heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden, waarvan een controlerapport is opgemaakt. Naar aanleiding van het boekenonderzoek heeft de inspecteur de door belanghebbende in aftrek gebrachte voorbelasting nageheven, nu niet is gebleken dat belanghebbende een concreet voornemen had belaste handelingen te verrichten ten behoeve van een of meer van de vennootschappen waarin zij deelnam. Daarbij zijn verzuimboetes opgelegd voor het niet (tijdig) afdragen van de verschuldigde omzetbelasting.

Hoewel belanghebbende geen afzonderlijke gronden tegen de verzuimboetes heeft aangevoerd, ziet de Rechtbank wel aanleiding de verzuimboetes te beoordelen. Nu de Rechtbank van oordeel is dat de inspecteur terecht omzetbelasting heeft nageheven, is sprake van een verzuim en kon de inspecteur eveneens verzuimboetes opleggen ter zake van het niet afdragen van de verschuldigde omzetbelasting. De Rechtbank acht de opgelegde boetes passend en geboden.

De Rechtbank beoordeelt voorts ambtshalve of de verzuimboetes gematigd moeten worden wegens overschrijding van de redelijke termijn. In beginsel is daarvan sprake indien de Rechtbank niet binnen 2 jaar, nadat jegens de boeteling een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat aan hem een boete zal worden opgelegd, uitspraak heeft gedaan. In het onderhavige geval dateert het controlerapport van 10 september 2015 en zijn sindsdien meer dan 2 jaar verstreken.

Bij de beoordeling van de redelijkheid van de duur van berechting van een boetezaak dient tevens acht te worden geslagen op de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de beboete op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door het bestuursorgaan is behandeld. Hierin ziet de Rechtbank geen aanleiding de termijn van 2 jaar te verlengen.

De Rechtbank stelt de totale behandelingsduur vast op 32 maanden. Ter zake van de boetes die minder dan € 200 bedragen ziet de Rechtbank aanleiding te volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. De overige boetes worden met 10% gematigd.

Rechtbank Gelderland 18 mei 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:2230

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2230