Oud-registeraccountant krijgt 9 maanden gevangenisstraf wegens het plegen van meerdere fiscale delicten en valsheid in geschrift

Verdachte, oud-registeraccountant en zelfstandig ondernemer, is door het Hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden wegens het plegen van verschillende fiscale delicten en van valsheid in geschrift.

De verdediging voerde eerst een niet-ontvankelijkheidsverweer. Verdachte zou willekeurig zijn vervolgd nu tenminste 8.400 andere ondernemers vergelijkbare fouten in de aangiften hebben gemaakt. Het Hof overweegt daarentegen dat er niet voldoende is onderbouwd dat er sprake is van gelijke gevallen. Verdachte is jarenlang registeraccountant geweest en is werkzaam geweest in de accountancy, ook als vennoot. Met die hoedanigheid, kennis en opgedane ervaring mag bij verdachte niet alleen op boekhoudkundig, maar ook op fiscaal terrein de nodige kennis worden verondersteld. Het Hof acht daarom het OM ontvankelijk.

Inhoudelijk heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat sprake zou zijn van noodweerexces. De verdachte zou bang zijn geweest voor zijn compagnon die geld uit de onderneming verduisterde, erg dominant was en die een pistool op zak had. Daarnaast zou hij verdachte gedwongen hebben om bepaalde investeringen te doen. Het Hof overweegt dat deze stelling niet is onderbouwd, er is niet gebleken dat voor verdachte sprake is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen verdediging geboden was.

Wat betreft de strafoplegging overweegt het Hof dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een zestal misdrijven die alle tot doel hebben om financieel gewin te behalen. Zo heeft hij onjuiste aangiftes omzetbelasting, loonbelasting en premie volksverzekeringen voor 2 bedrijven gedaan, een vervalste kilometeradministratie ingediend en heeft hij een factuur valselijk opgemaakt. Het benadelingsbedrag dat hierdoor is ontstaan is € 200.000.

Voor een benadelingsbedrag van €200.000 wordt normaalgesproken een gevangenisstraf voor de duur van tussen de 9 en 12 maanden opgelegd. Dat verdachte op verschillende rechtsgebieden valse aangiftes heeft gedaan, in verschillende tijdvakken en over meerdere jaren en dat verdachte jarenlang werkzaam is geweest als registeraccountant wordt aan hem zwaar aangerekend.

Ondanks het feit dat de procedure 5 jaar heeft geduurd ziet het hof geen aanleiding om de straf te matigen. Hiertoe overweegt het Hof dat de lange procedure niet geheel buiten de invloed van de verdediging is gelegen. Zo is de procedure vertraagd door vakantie van verdachte, wisseling van zijn raadsman, en een inhoudelijke zitting welke door de verdediging is gebruikt voor het behandelen van onderzoekswensen. Het Hof acht een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden passend en geboden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:7183