Prejudiciële vragen met betrekking tot het Tarrico arrest

Het Italiaanse cassatiehof en het hoger beroepshof in Milaan dienen zich te buigen over strafzaken tegen de heren M.B. en M.A.S. Zij worden verdacht van btw-fraude. Tijdens de behandeling van deze zaken buigen de gerechten zich over de vraag of het Taricco arrest wel in overeenstemming is met het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel, welke is verankerd in de Italiaanse grondwet. De twee gerechten leggen deze vraag voor aan het Italiaanse Grondwettelijk Hof. Het Grondwettelijk Hof stelt vervolgens prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU.

Het Hof van Justitie EU, in een grote kamerstelling, heeft de vragen met spoed behandeld en verklaart het volgende voor recht:

Artikel 325, leden 1 en 2, VWEU moet aldus worden uitgelegd dat de nationale rechter krachtens deze bepaling verplicht is om in het kader van een strafrechtelijke procedure wegens strafbare feiten ter zake van de belasting over de toegevoegde waarde bepalingen over verjaring die deel uitmaken van het nationale materiële recht, buiten toepassing te laten indien deze bepalingen eraan in de weg staan dat doeltreffende en afschrikkende strafrechtelijke sancties worden opgelegd in een groot aantal gevallen van ernstige fraude waardoor de financiële belangen van de Europese Unie worden geschaad, of indien in die bepalingen voor gevallen van ernstige fraude waardoor die belangen worden geschaad, verjaringstermijnen zijn vastgesteld die korter zijn dan voor gevallen van ernstige fraude waardoor de financiële belangen van de betrokken lidstaat worden geschaad, tenzij niet-toepassing van de bepalingen in kwestie met zich meebrengt dat het legaliteitsbeginsel inzake delicten en straffen wordt geschonden doordat de toepasselijke wet onvoldoende nauwkeurig is, of doordat met terugwerkende kracht een wettelijke bepaling wordt toegepast waarbij voorwaarden voor vervolgbaarheid worden vastgesteld die strenger zijn dan die welke van kracht waren toen het strafbare feit werd gepleegd.

HvJ EU 5 december 2017, nr. C-42/17 (M.A.S. en M.B.), ECLI:EU:C:2017:936

http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=197423&pageIndex=0&doclang=NL&mode=req&dir=&occ=first&part=1&cid=1116096