Raad van State: ANPR gegevens moeten worden aangemerkt als persoonsgegevens die zonder wettelijke grondslag door de Belastingdienst worden verwerkt en om die reden moeten worden vernietigd

In de onderhavige procedure werd op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) verzocht om inzage in de ‘persoonsgegevens’ die door de Belastingdienst werden verwerkt. Op grond van de Wbp kan een belanghebbende aan (bijvoorbeeld) de Belastingdienst verzoeken hem of haar mede te delen welke persoonsgegevens er ten aanzien van hem of haar worden verwerkt. Tevens kan worden verzocht die gegevens te verwijderen als deze in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. In dat verband werd in de onderhavige procedure verzocht om de Automatic Number Plate Recognition (ANPR)-gegevens die ten aanzien van deze belanghebbende door de Belastingdienst werden verwerkt, aan belanghebbende te verstrekken en deze vervolgens te vernietigen omdat een wettelijke grondslag voor het gebruik van deze gegevens door de Belastingdienst ontbreekt.

De Raad van State oordeelde op 26 juli 2017 dat de ANPR-gegevens die door de Belastingdienst worden verwerkt moeten worden aangemerkt als persoonsgegevens in de zin van de Wbp. Dit geldt ook als het gaat om een kenteken dat is geregistreerd op naam van een rechtspersoon omdat aan de hand hiervan de natuurlijk persoon kan worden geïdentificeerd. Van belang is of de gegevens alleen of in combinatie met andere gegevens zo kenmerkend zijn voor een natuurlijke persoon dat deze daarmee kan worden geïdentificeerd. Daarbij mogen, naar het oordeel van de Raad van State, alle middelen worden betrokken waarvan mag worden aangenomen dat zij redelijkerwijs door de verantwoordelijke of enig ander persoon zijn in te zetten om tot die identificatie te komen.

De Raad van State oordeelde voorts dat het verzamelen, vastleggen, bewerken, bewaren en gebruiken van de ANPR-gegevens het privéleven van de betrokkene raakt. Om die reden is een voldoende precieze wettelijke grondslag vereist. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2017, (ECLI:NL:HR:2017:288), overweegt de Raad van State dat een wettelijke grondslag voor het verzamelen en verwerken van deze gegevens door de Belastingdienst ontbreekt. Om die reden moeten de gegevens aan belanghebbende worden verstrekt en moeten de gegevens vervolgens worden vernietigd.

Deze uitspraak zet de spreekwoordelijke deur open voor verzoeken aan de Belastingdienst op grond van de Wbp om mededelingen te doen ten aanzien van gegevens uit het ‘belastingdossier’. Als het gaat om ‘persoonsgegevens’ in de zin van de Wbp, biedt deze Wbp-route de mogelijkheid om te verzoeken gegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt.

Link naar de volledige uitspraak: http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=91923