Rechtbank acht verzuimboete van € 4.872 niet passend en matigt naar € 600

Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd met een verzuimboete van € 4.872.

Belanghebbende is van oorsprong afkomstig uit Griekenland en zijn echtgenote uit Bulgarije. Zij staan sinds 1996 in Nederland ingeschreven. Op 17 mei 2016 is vastgesteld dat belanghebbende gebruik maakte van de openbare weg in Nederland met een auto met een Bulgaars kenteken. Deze auto is in Bulgarije geregistreerd op naam van de echtgenote van belanghebbende.

In geschil is onder meer of de verzuimboete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

De Rechtbank is van oordeel dat de inspecteur terecht heeft geconcludeerd dat belanghebbende feitelijk over de auto beschikte op het moment dat hij is staande gehouden. Het uitgangspunt is de fictie dat de auto belanghebbende ter beschikking heeft gestaan vanaf het moment dat deze op naam van zijn echtgenote stond en belanghebbende in Nederland stond ingeschreven. Over die periode wordt nageheven, tenzij belanghebbende slaagt in het overtuigende bewijs van het tegendeel.

Het feit dat belanghebbende er niet in is geslaagd overtuigend te bewijzen dat de auto hem gedurende de gehele periode ter beschikking heeft gestaan, maakt echter nog niet dat voor de beoordeling van de verzuimboete in voldoende mate vaststaat dat belanghebbende over de gehele periode in verzuim is geweest met het betalen van motorrijtuigenbelasting. Hij heeft immers gemotiveerd betwist dat hij in deze gehele periode de beschikking heeft gehad over de auto. De inspecteur heeft naar het oordeel van de Rechtbank niet onderbouwd dat belanghebbende daadwerkelijk in de gehele periode in Nederland de beschikking over de auto had.

De Rechtbank zal om die reden de verzuimboete verminderen. De Rechtbank is van oordeel dat de inspecteur terecht een boete heeft opgelegd en acht een boete wel geboden, omdat sprake is van een verzuim van belanghebbende. Belanghebbende beschikte over de auto in Nederland en heeft ten onrechte geen motorrijtuigenbelasting voor de auto betaald. Voor de vraag wat een passende boete is, zal de Rechtbank rekening houden met het bedrag aan belasting dat voor een kwartaal verschuldigd zou zijn geweest. Dit komt neer op (afgerond) € 600. Belanghebbende heeft aangevoerd dat zijn financiële situatie niet toelaat dat een boete wordt opgelegd, maar hij heeft die stelling met name verbonden aan het feit dat beslag is gelegd ter zake van diverse naheffingsaanslagen. Gelet op de hoogte van het inkomen van belanghebbende en het feit dat de inspecteur onbetwist heeft gesteld dat ook de echtgenote inkomen heeft, acht de Rechtbank een boete van € 600 passend.

Rechtbank Gelderland 8 februari 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:570 

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:570