Rechtbank komt tot andere bewezenverklaring en legt aanzienlijk lagere straf op

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat hij – als feitelijk leidinggevende – opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting heeft gedaan,zonder vergunning diensten heeft verleend als trustkantoor en heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

A Ltd was onderdeel van de X Group en heeft vanuit haar kantoor in Nederland geïnteresseerden geïnformeerd en geadviseerd over vennootschapsstructuren waarmee belasting kon worden ontweken en vermogen kon worden afgeschermd. Als een geïnteresseerde vervolgens ook klant wilde worden, werd via een aanvraagformulier verzocht om de vennootschapsstructuur op te richten. Dit formulier ging naar B Ltd, dat als onderdeel van de X Group vanuit haar kantoor op Cyprus de vennootschappen oprichtte en als trustkantoor trustdiensten leverde aan de klanten.

De Rechtbank overweegt dat ten aanzien van de onjuiste aangiften omzetbelasting de officier van justitie zijn standpunt baseert op het uitgangspunt dat sprake is van een in Nederland opererend trustkantoor waarbij de handelingen toe te rekenen zijn aan verdachte. De Rechtbank is van oordeel dat sprake was van een reële structuur, waarbij onder meer op Cyprus trustdiensten werden uitgevoerd. Vanuit Nederland, middels vennootschap A Ltd, heeft verdachte ten behoeve van die trustdiensten werkzaamheden verricht. De voor die werkzaamheden gefactureerde omzet is ook daadwerkelijk opgegeven in de aangiften door A Ltd. Uit het dossier kan naar het oordeel van de Rechtbank ook overigens uit het dossier niet worden afgeleid dat er prestaties zijn verricht door A Ltd, waarvoor omzetbelasting zou zijn verschuldigd. De Rechtbank acht dan ook niet bewezen dat opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting zijn gedaan.

De Rechtbank acht evenmin bewezen dat sprake is van een criminele organisatie. Uit het dossier is niet gebleken dat de klanten zijn veroordeeld voor een (fiscaal) misdrijf en door verdachte en de medeverdachte is ook telkens uitgelegd dat belastingontduiking niet is toegestaan.

De Rechtbank acht wel bewezen dat A Ltd vanaf 1 juli 2012 als onderdeel van de X Group – zonder vergunning – door is blijven gaan met het verrichten van werkzaamheden die waren gericht op het verlenen van trustdiensten door B Ltd. Verdachte heeft naar het oordeel van de Rechtbank als feitelijk leidinggevende daarmee het Nederlandse systeem van trustwetgeving ondermijnd.

Ten aanzien van de strafmaat overweegt de Rechtbank dat de zaak complex is en ziet geen aanleiding om aan de overschrijding van de redelijke termijn gevolgen te verbinden. De Rechtbank is, gelet op de aard en de ernst van het feit, van oordeel dat in beginsel een forse geldboete een passende straf is. De Rechtbank zal, gelet op de financiële situatie van verdachte, in plaats daarvan een taakstraf opleggen. Dit is een aanzienlijk andere straf dan de eis van de officier van justitie (24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk), omdat de Rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie. De Rechtbank ziet geen aanleiding voor een gedeeltelijk onvoorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde een beroepsverbod.

De Rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 180 uren.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:13626