Rechtbank matigt vergrijpboetes met 10% wegens gebrek in de mededelingsplicht van de inspecteur

De activiteiten van belanghebbende bestaan voornamelijk uit de verkoop van garagepoorten en toebehoren. Bij belanghebbende heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden. De inspecteur heeft onder meer geconstateerd dat van alle werknemers de opgave van gegevens van belang voor de loonheffingen niet voorhanden waren. Daarnaast is geconstateerd dat van drie werknemers de kopieën van de identiteitsbewijzen ontbraken. Op basis daarvan heeft de inspecteur geconcludeerd dat het zogenoemde anoniementarief van 52% toegepast had moeten worden.

Aan belanghebbende zijn door de inspecteur vervolgens naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd en vergrijpboetes opgelegd van 25%.

De inspecteur heeft met toezending van het controlerapport belanghebbende in kennis gesteld dat er boetes zouden worden opgelegd wegens grove schuld. Daarbij heeft de inspecteur gesteld dat sprake is van ernstige verwijtbaarheid, omdat de gegevens van belang voor de loonheffingen van alle werknemers niet aanwezig waren op de eerste werkdag en op het moment van de controle nog steeds niet aanwezig waren in de administratie.

Naar het oordeel van de Rechtbank heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat ten aanzien van het ten onrechte niet toepassen van het anoniementarief door belanghebbende sprake is van grove schuld. De boetes zijn daarom terecht opgelegd.

De Rechtbank is evenwel van oordeel dat de opgelegde boetes van 25% niet passend en geboden zijn, omdat met de kennisgeving van de vergrijpboetes niet volledig is voldaan aan de voorgeschreven mededelingsplicht. De daarin verlangde kennisgeving moet degene aan wie de boete wordt opgelegd in staat stellen zich naar behoren te verweren tegen het door de inspecteur gemaakte verwijt. In dit geval wordt naar het oordeel van de Rechtbank het voeren van verweer door belanghebbende bemoeilijkt omdat bij het bekend maken van de boetes met name de hoogte van de boetes in verband met toepassing van het anoniementarief niet duidelijk was.

De inspecteur heeft in het controlerapport alleen de feiten en omstandigheden die aanleiding gaven om de boetes op te leggen, het gemaakte verwijt en de te corrigeren lonen van de verschillende werknemers vastgesteld. Echter, de als gevolg van toepassing van het anoniementarief verschuldigde loonheffingen als grondslag voor de berekening van de boetes blijkt niet uit het controlerapport, noch uit andere correspondentie of de naheffingsaanslagen zelf. Eerst ter zitting heeft de inspecteur de boetebedragen nader gespecificeerd. De Rechtbank ziet in dit gebrek aanleiding om de boetes voor zover deze samenhangen met toepassing van het anoniementarief te matigen met 10%. De Rechtbank vermindert de boetes verder met 5% in verband met de redelijke termijn die is overschreden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2018:7096