Rechtbank vermindert vergrijpboetes tot 5% voor ondernemer met gebrekkige administratie

Belanghebbenden exploiteert vanaf 2004 een Griekse specialiteiten Grillroom.

De kassa van belanghebbende registreert de verkopen, waarbij slechts de omzet wordt ingevoerd en niet de aard van de verkochte producten. Aan het einde van iedere dag draait belanghebbende een zogenaamde ‘Z-strook’ uit. Hierop staat de door de kassa geregistreerde omzet vermeld. Belanghebbende noteert de dagomzet in een handgeschreven kasboek. De Z-strook wordt niet bewaard. Het handgeschreven kasboek wordt in de boekhouding verwerkt door een boekhoudkantoor.

Naar aanleiding van een boekenonderzoek zijn enkele gebreken in de administratie van belanghebbende ontdekt. Uit de administratie bleek onder meer dat de omzetten in het handgeschreven kladkasboek en in het geautomatiseerde kasboek niet op elkaar aansloten, dat contante betalingen op onjuiste data of dubbel waren geboekt, contante huur- en loonbetalingen niet waren opgenomen in het kladkasboek, kasopnamen en -stortingen niet waren opgenomen in het kladkasboek en dat de kasboeken geen juiste weergave geven van het daadwerkelijk aanwezige kasgeld.

Op basis van deze omstandigheden heeft de inspecteur de administratie van belanghebbende niet bruikbaar geacht om als grondslag te dienen voor de fiscale aangiften. Aan belanghebbende zijn (navorderings)aanslagen IB/PVV, ZWV en omzetbelasting opgelegd. Ook zijn vergrijpboetes opgelegd.

Naar het oordeel van de Rechtbank heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de uit deze administratie voortvloeiende cijfers een onvoldoende basis vormen om tot een juiste aangifte te komen. Het ‘afbakverlies’ stelt de Rechtbank vast op 25%, omdat beide partijen hun standpunt niet voldoende hebben onderbouwd.

Het gegeven dat het afbakverlies door de inspecteur onvoldoende is onderbouwd neemt naar het oordeel van de Rechtbank niet weg dat belanghebbende onjuiste aangiften heeft ingediend en dat deze onjuiste aangiften onder de gegeven omstandigheden (voorwaardelijk) opzettelijk zijn ingediend. De Rechtbank acht een boete van 5% daarvoor passend en geboden en vermindert de boetes. 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 juli 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:9444

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2014:9444