Reeks aan (niet aannemelijk gemaakte) opgevoerde aftrekposten over verschillende jaren leidt tot vergrijpboete van 50%

De inspecteur heeft aan belanghebbende een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een vergrijpboete van € 8.840. In hoger beroep is de vergrijpboete in geschil.

In de aangifte inkomstenbelasting heeft belanghebbende een bedrag in aftrek gebracht ter zake van premies voor een lijfrenteverzekering. Ook heeft belanghebbende in de aangifte een ontvangen uitkering van een schadeverzekeringsmaatschappij en daarbij een bedrag van € 23.377 vermeld als ingehouden loonheffingen. Verder heeft belanghebbende € 2.000 aan ingehouden loonheffingen opgegeven ter zake van een uitkering uit een pensioenfonds. De inspecteur heeft naar aanleiding van deze aangifte een vragenbrief gestuurd, waarop belanghebbende niet heeft gereageerd.

De inspecteur heeft vervolgens de in aftrek gebrachte lijfrentepremies gecorrigeerd, nu niet is gebleken dat deze daadwerkelijk zijn betaald. Ook is door de inspecteur het vermelde bedrag aan ingehouden loonheffingen met € 14.000 gecorrigeerd en is de ingehouden loonheffing ter zake van de uitkering uit het pensioenfonds met € 1.000 gecorrigeerd. De inspecteur heeft daarbij een vergrijpboete van 50% opgelegd.

Anders dan de Rechtbank is het Hof van oordeel dat belanghebbende met betrekking tot het ten onrechte in aftrek brengen van lijfrentepremie opzet heeft gehad op het doen van een onjuiste (te lage) aangifte. Het Hof acht het – gelet op hetgeen de inspecteur heeft aangevoerd ten aanzien van de gang van zaken met betrekking tot de aangiften – niet aannemelijk dat belanghebbende een overnamefout heeft gemaakt of anderszins sprake zou zijn van een vergissing. Het betreft naar het oordeel van het Hof een zich over een reeks van jaren repeterend patroon waarbij een aftrekpost wordt opgevoerd waarvoor – hoewel daarom herhaaldelijk is verzocht – geen enkel bewijs is overgelegd, terwijl het voor de hand zou hebben gelegen dat belanghebbende enige vorm van bewijs zou hebben getoond.

Het Hof is het met de Rechtbank eens dat belanghebbende (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het indienen van onjuiste bedragen aan ingehouden loonheffingen. Het kan niet anders dan dat belanghebbende moet hebben gezien dat deze gegevens leidde tot een fors te hoge te verwachten teruggaaf, waarbij belanghebbende door dit niet te wijzigen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een te hoge belastingteruggaaf zou worden verleend.

Het Hof acht de boete van € 8.840 passend en geboden.

Gerechtshof Amsterdam 6 juli 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4117

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:4117