Registeraccountant veroordeeld voor belastingfraude

Een voormalig registeraccountant wordt ervan verdacht (samen met een medeverdachte) opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting te hebben ingediend (als feitelijk leidinggever).

Verdachte stelt zich op het standpunt dat sprake is van dubbele bestraffing omdat hij is geschrapt uit het accountantsregister. Het is hem niet mogelijk gebleken zich na een jaar weer in te schrijven, omdat een daartoe benodigde Verklaring Omtrent het Gedrag hem is geweigerd. Daarmee heeft de schrapping een punitief karakter gekregen en is verdachte reeds gestraft. Deze tuchtrechtelijke sanctie staat daarmee in de weg aan strafvervolging.

De Rechtbank acht het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de strafvervolging. De procedure die heeft geleid tot schrapping uit het accountantsregister betreft een tuchtrechtelijke maatregel die beoogt de kwaliteit van de beroepsgroep te waarborgen. Dat is een ander beschermd belang dan de belangen waarop het strafrecht ziet. De maatregel staat dan ook naar het oordeel van de Rechtbank niet aan strafvervolging in de weg.

De Rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die namens de rechtspersonen – waarvan hij de feitelijk leidinggever was ā€“ onjuiste aangiften omzetbelasting heeft opgemaakt en ingediend. De in die aangiften opgegeven omzet en de daarover af te dragen omzetbelasting waren aanzienlijk lager dan, de (ook uit de administratie blijkende) omzet die in werkelijkheid was gerealiseerd. De ingediende aangiften omzetbelasting waren dan ook onjuist.

Dat verdachte zich daarvan bewust is geweest volgt uit zijn eigen verklaring. Daarmee is komen vast te staan dat verdachte deze aangiften opzettelijk onjuist heeft ingediend. Het feit dat verdachte naar eigen zeggen van plan was achteraf suppletieaangiften te doen, doet er naar het oordeel van de Rechtbank niet aan af dat verdachte wist dat de door hem ingediende aangiften onjuist waren. Daarmee heeft verdachte reeds een strafbaar feit gepleegd.

De gedragingen van verdachte hebben plaatsgevonden in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de rechtspersonen en zijn aan die rechtspersonen dienstig geweest. Het fiscale nadeel bedraagt in totaal ongeveer ā‚¬ 316.000. De Rechtbank rekent het verdachte aan dat hij ten tijde van het begaan van de strafbare feiten registeraccountant was, een beschermd beroep waarvan een hoge mate van integriteit en professionaliteit verwacht wordt.

De Rechtbank veroordeelt ā€“ alles afwegend ā€“ verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaren en 240 uur taakstraf. Ook de medeverdachte en de rechtspersonen zijn veroordeeld.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:2072
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:2074
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:2073
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:2075