Taakstraf en geldboete voor laten opmaken van valse facturen

De Rechtbank heeft geoordeeld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift door valse facturen op te laten maken en in de administratie van A BV op te nemen. Verdachte heeft hier anderen, namelijk opdrachtnemers, bij betrokken door hen te vragen valselijk de facturen op naam van A BV te stellen.

De valse facturen heeft verdachte in rekening gebracht bij de vennootschap. Hierdoor heeft hij onjuiste aangiften inkomstenbelasting ingediend, waardoor hij ten onrechte te weinig inkomstenbelasting heeft betaald. Ook heeft hij zich als feitelijk leidinggever gedurende deze jaren meermalen schuldig gemaakt aan belastingfraude, doordat de door hem ingediende valse facturen ten grondslag lagen aan de door A BV ingediende aangiften omzet- en vennootschapsbelasting waardoor die aangiften onjuist zijn ingediend. Door zo te handelen is de staatskas benadeeld.

De Rechtbank hanteert bij verdachte een benadelingsbedrag van € 55.069,98 conform de berekening van de FIOD. Bij verdachte is sprake van een lager benadelingsbedrag dan bij zijn medeverdachten, omdat hij niet wordt veroordeeld voor het onjuist aangifte doen van aangifte vennootschapsbelasting over 2009. De Rechtbank vindt echter strafverzwarend dat verdachte de initiator is geweest van het plan om privéuitgaven zakelijk weg te boeken. Om die reden zoekt de Rechtbank aansluiting bij de straffen die aan de medeverdachten worden opgelegd.

De Rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, het tijdsverloop en dat er volledige medewerking is verleend aan het strafrechtelijk onderzoek.

Een gevangenisstraf acht de Rechtbank niet passend. De Rechtbank ziet in deze zaken aanleiding om een geldboete op te leggen omdat de bewezenverklaarde feiten financieel van aard zijn en het benadelingsbedrag niet wordt teruggevorderd door de fiscus. Hierbij weegt eveneens mee dat de financiële situatie van verdachte anders is dan die van de medeverdachten. De Rechtbank ziet daarin aanleiding om een lagere geldboete op te leggen en om deze te laten voldoen in termijnen.

De Rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor 120 uren en tot een geldboete € 2.400, welke in 24 maandelijkse termijnen mag worden voldaan.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:1191
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:1192
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:1190