Taakstraf van 240 uur wegens onterecht toepassing van de margeregeling

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan belastingfraude in 2014 door als feitelijk leidinggevende opzettelijk onjuiste aangiftes omzetbelasting te laten indienen door zijn boekhouder. Verdachte heeft ten onrechte gebruik gemaakt van de margeregeling. Hij verkoopt uitsluitend nieuwe telefoontoestellen, terwijl de margeregeling alleen geldt voor gebruikte goederen. Hierdoor is bijna € 135.000 te weinig belasting geheven. De verklaring van verdachte dat hij dacht dat het tweedehands telefoontoestellen betrof is ongeloofwaardig.

Verdachte heeft ook zijn boekhouder bewust onjuiste gegevens verstrekt en opdracht gegeven om (ten onrechte) de margeregeling toe te passen op de aangiftes omzetbelasting. De stelling van verdachte dat zijn boekhouder zonder medeweten van de verdachte onjuiste aangiftes heeft ingediend, wordt weersproken door de bewijsmiddelen. De Rechtbank acht bewezen daarom dat verdachte opzettelijk onjuiste aangiftes omzetbelasting heeft laten doen als feitelijk leidinggevende waardoor er te weinig belasting is geheven

De Rechtbank spreekt verdachte vrij van medeplegen, omdat verdachte zich als feitelijk leidinggevende schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde en hij ten tijde van het ten laste gelegde enig bestuurder en enig aandeelhouder was van de vennootschap. Een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zichzelf is onmogelijk.

Wat betreft de strafoplegging heeft de Rechtbank meegewogen dat verdachte niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld en de feiten zijn gepleegd in 2014. Sindsdien heeft verdachte zich niet opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. De Rechtbank heeft hierin aanleiding gezien om aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten die gelden bij een lager benadelingsbedrag. De oriëntatiepunten bieden ook ruimte voor een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf. De Rechtbank zal verdachte een taakstraf van 240 uur opleggen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:10217