Tien maanden gevangenisstraf en beroepsverbod voor verdachte die fictieve bedragen aan omzet- en voorbelasting opgaf aan Belastingdienst

Verdachte heeft in de periode november 2014 tot en met december 2015 twee eenmanszaken gedreven en meerdere B.V.’s opgericht. Het viel de Belastingdienst op dat bijna alle ingediende aangiften omzetbelasting van deze bedrijven negatief waren en dat de in die aangiften opgegeven voorbelasting hoger was dan de af te dragen omzetbelasting. De Belastingdienst heeft daarop vragenbrieven verstuurd. Naar aanleiding van de reacties op de vragenbrieven is bij de Belastingdiensten het vermoeden ontstaan dat door verdachte opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting zijn ingediend en valse facturen zijn opgemaakt en overgelegd.

De Rechtbank acht bewezen dat verdachte (als feitelijk leidinggever) zich schuldig heeft gemaakt aan belastingfraude door tussen 2015 en 2016 opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting te doen waarbij verdachte fictieve bedragen aan omzet en voorbelasting opgaf. Dit heeft tot gevolg gehad dat de verschuldigde omzetbelasting te laag werd vastgesteld en er ten onrechte voorbelasting werd uitbetaald. Verdachte heeft hierbij volgens de Rechtbank puur uit financieel gewin gehandeld. Door meerdere B.V.’s te gebruiken en een chaos te maken van zijn administratie heeft verdachte naar het oordeel van de Rechtbank geprobeerd de boel te maskeren. Op deze manier is de fiscus benadeeld voor een bedrag van € 127.882,09.

Voorts heeft verdachte twee facturen vervalst en deze aan de Belastingdienst toegezonden ter onderbouwing van de geclaimde voorbelasting. Verdachte heeft op geen enkele wijze laten zien dat hij verantwoordelijkheid neemt voor de door hem begane fouten.

De Rechtbank overweegt dat bij een dergelijke benadelingsbedrag – rekening houdende met de oriëntatiepunten voor de straftoemeting – in beginsel een gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden wordt opgelegd. De Rechtbank vindt deze bandbreedte passend voor de door verdachte gepleegde fraude.

Om de maatschappij te beschermen tegen het gevaar van herhaling zal de Rechtbank verdachte eveneens ontzetten van de uitoefening van het beroep van bestuurder of aandeelhouder van een rechtspersoon. Immers heeft verdachte niet alleen omzetbelastingfraude gepleegd, maar – als onderdeel van het feitencomplex – namens de B.V.’s ook facturen vervalst en aan de Belastingdienst gestuurd.

 

Alles afwegende veroordeelt de Rechtbank verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden en wordt verdachte ontzet van de uitoefening van het beroep van bestuurder of aandeelhouder van een rechtspersoon voor 3 jaar.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:5259