Tipgeverszaak: navorderingsaanslagen en vergrijpboetes ten aanzien van Luxemburgse bankrekeningen blijven deels in stand ondanks onbetrouwbaarheid tipgeversinformatie

Een tipgever heeft in 2009 tegen betaling informatie aan de Belastingdienst verstrekt over Luxemburgse bankrekeningen van Nederlanders. Belanghebbende is een van die Nederlanders. Naar aanleiding hiervan is aan belanghebbende om informatie gevraagd, die hij – na hiertoe te zijn veroordeeld in een civiel kort geding – heeft verstrekt. Naar aanleiding van deze informatie zijn aan belanghebbende navorderingsaanslagen opgelegd. Ook zijn aanvullende navorderingsaanslagen opgelegd, onder meer naar aanleiding van later door de tipgever verstrekte informatie.

De vraag die belanghebbende stelt is of de inspecteur deze verkregen informatie mag gebruiken voor het opleggen van belastingaanslagen. Het Hof is van oordeel dat de manier waarop het bewijsmateriaal is verkregen door de inspecteur maar ook door de tipgever in beginsel niet leidt tot uitsluiting van dat bewijsmateriaal. Dit leidt het Hof onder andere af uit het arrest van de Hoge Raad van 8 november 2019. Toch moet volgens het Hof het bewijsmateriaal van gebruik worden uitgesloten, omdat er twijfels bestaan over de betrouwbaarheid van de tipgever en over de betrouwbaarheid van de ten aanzien van belanghebbende van de tipgever verkregen informatie – de tipgever zou deze volgens het Hof gemanipuleerd kunnen hebben om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen.

Dit leidt er echter niet toe dat alle navorderingsaanslagen,  rente- en boetebeschikkingen worden vernietigd, aangezien deze voor een deel waren gebaseerd op door belanghebbende zelf verstrekte informatie over een rekening bij een andere bank.

Ook laat het Hof de boetes grotendeels in stand. Belanghebbende heeft niet rechtsgeldig ingekeerd volgens het Hof. Ook is geen sprake van schending van het verbod op zelfincriminatie nu de verstrekte gegevens wilsonafhankelijk materiaal vormen. Dat verstrekking via een civiel kort geding is afgedwongen maakt dit niet anders. Boetes van 100% zijn volgens het Hof in beginsel gerechtvaardigd, maar deze worden verminderd met 20% wegens overschrijding van de redelijke termijn.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:3557