UTB’s niet vernietigd ondanks schending van het beginsel van de eerbiediging van de rechten van de verdediging

Eiseres heeft met toepassing van een preferentiële tariefmaatregel aluminiumwielen uit Maleisië ingevoerd, waarbij na een onderzoek van de OLAF bleek dat deze goederen van Chinese niet-preferentiële oorsprong waren. De Douane heeft bij het kenbaar maken van het voornemen om UTB’s op te leggen het rapport niet verstrekt waarop men zich baseerde en tevens niet alle annexen in alle zaken verstrekt.

In geschil is of het beginsel van de eerbiediging van de rechten van de verdediging is geschonden en zo ja, of dit dient te leiden tot vernietiging van de UTB’s. De Rechtbank is van oordeel dat door het niet verstrekken van het rapport en alle annexen in alle zaken verweerder eiseres de mogelijkheid heeft ontnomen haar standpunt kenbaar te maken over de elementen waarop de bedragen van de navorderingen zijn gebaseerd. Hierdoor is er sprake van een schending van de rechten van de verdediging, welke leidt tot nietigverklaring van het besluit wanneer deze procedure zonder de onregelmatigheid een andere afloop zou kunnen hebben gehad.

Of er sprake zou kunnen zijn geweest van een andere afloop indien de schending niet had plaatsgevonden dient de rechter te beoordelen aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval. Waarbij het voldoende is te bewijzen dat wanneer de schending niet had plaatsgevonden degene tot wie de UTB is gericht, een inbreng had kunnen leveren die voor het vaststellen van de UTB van belang was en waarvan niet kan worden uitgesloten dat deze tot een besluitvormingsproces met een andere afloop had kunnen leiden. In deze zaak heeft eiseres gesteld dat de procedure zonder de onregelmatigheid een andere afloop zou kunnen hebben gehad, maar heeft zij dit volgens de Rechtbank niet nader geconcretiseerd. De enkele stelling dat zij navraag had kunnen doen bij de leveranciers en onvolkomenheden in het Mission Report van OLAF boven water had kunnen krijgen, zonder nadere onderbouwing, is daarvoor onvoldoende.

Rechtbank Noord-Holland 12 februari 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:1500

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2018:1500