Verdachte met persoonlijkheidsstoornissen handelde in strijd met zijn fiscale administratieplicht

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij heeft gehandeld in strijd met zijn fiscale administratieplicht en valsheid in geschrift heeft gepleegd.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij heeft geprobeerd om van zijn onderneming een administratie bij te houden, maar dat hij dat enorm heeft onderschat. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij zich ervan bewust was dat indien iemand een bedrijf begint, het noodzakelijk is om een administratie te voeren.

 Het Hof is van oordeel dat – mede gelet op de verklaringen van verdachte – verdachte zich ervan bewust was dat hij de administratie niet naar de eisen der wet voerde. Desondanks heeft verdachte voor het voeren van een administratie geen hulp of ondersteuning gezocht. Hij heeft zijn ondernemingsactiviteiten evenmin gestaakt. Aldus heeft verdachte, door geen verkoopfacturen in zijn administratie op te nemen, welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn administratie niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen.

 Uit de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van het Hof dat verdachte zich zowel met de inkoop als de verkoop van lege CD’s en DVD’s bezighield. Desondanks zijn er door de FIOD geen verkoopfacturen aangetroffen. De bescheiden die wel zijn aangetroffen betroffen inkoopfacturen en vrachtbrieven. Verdachte heeft ter zitting verklaard op eigen titel aan afnemers te hebben geleverd. Daarmee was hij volgens het Hof gehouden van die prestaties verkoopfacturen uit te reiken en deze facturen in zijn administratie op te nemen. Verdachte heeft dit ten onrechte nagelaten en daarmee opzettelijk in strijd met de wet gehandeld.

 Een bedrijfsadministratie dient zodanig te worden ingericht en voor controle door de fiscus toegankelijk te zijn, dat binnen redelijke termijn conclusies kunnen worden getrokken omtrent de aard en omvang van de fiscale verplichtingen. Door het niet opnemen van verkoopfacturen in de administratie, heeft verdachte deze controlemogelijkheid feitelijk onmogelijk gemaakt. Op grond van algemene ervaringsregels is het naar het oordeel van het Hof waarschijnlijk dat een dergelijke handelwijze ertoe leidt dat te weinig belasting wordt geheven.

 Uit een psychiatrisch rapport is gebleken dat verdachte lijdende is aan de stoornis van Asperger en daarnaast een persoonlijkheidsstoornis heeft met borderline, schizo typische en depressieve kenmerken. Daarnaast heeft het Hof kennisgenomen van het reclasseringsadvies. Mede gelet daarop veroordeelt het Hof verdachte tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 120 uur, met een proeftijd van 2 jaren. Ook verbindt het Hof aan deze voorwaardelijke straf een aantal bijzondere voorwaarden, waaronder de verplichting dat verdachte zich ambulant laat behandelen voor zijn psychische problematiek.

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 4 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:2994

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2017:2994