Verdachte pleegt 6 jaar lang belastingfraude om een luxe leventje te leiden en krijgt daarvoor 21 maanden gevangenisstraf

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat hij voor een periode van (bijna)  6 jaar opzettelijk valse aangiften omzetbelasting heeft ingediend, waarbij hij meer voorbelasting heeft geclaimd dan waar hij recht op had.

De verdachte heeft de tenlastegelegde feiten bekend. De Rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring ter zake van het opzettelijk indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting.

Ten aanzien van de strafmaat overweegt de Rechtbank dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belastingfraude door gedurende een periode van bijna 6 jaar opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting te doen waarbij verdachte fictieve bedragen aan omzet en voorbelasting heeft opgegeven. Met deze handelwijze is de Belastingdienst benadeeld voor een bedrag van ruim € 900.000.

Verdachte heeft het geld naar eigen zeggen gespendeerd aan vakanties, etentjes, auto’s, theaterbezoeken, bezoeken aan nachtclubs en aan de maandelijkse lasten van zijn gezin. Verdachte heeft verklaard dat hij een luxe leventje wilde creëren. De Rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk. Daarbij rekent de Rechtbank het de verdachte eveneens zwaar aan dat hij door is gegaan met zijn strafbare handelen, nadat de Belastingdienst gevraagd heeft inlichtingen te verstrekken in verband met een in te stellen boekenonderzoek. Om de controle van de Belastingdienst te vertragen heeft verdachte ook de medewerkers van de Belastingdienst misleid door te doen alsof hij door een ernstig ongeluk in coma was geraakt. Voorts heeft verdachte geen blanco strafblad en begon hij met de fraude binnen zijn proeftijd ter zake van een veroordeling voor verduistering.

De Rechtbank legt een hogere straf op dan de door de officier van justitie gevorderde straf van 18 maanden gevangenisstraf. De Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 21 maanden voor het opzettelijk indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 juni 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3518

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:3518