Verdachte, zijn echtgenote en zoon vrijgesproken voor indienen valse aangiften kansspelbelasting

De verdenkingen in deze zaak hebben betrekking op het, samen met anderen, feitelijk leiding dan wel opdracht geven aan X GmbH om opzettelijk onjuiste aangiften kansspelbelasting te doen.

De Rechtbank stelt voorop dat de aangifteplichtige onder dreiging van een strafvervolging wordt gedwongen binnen een door de inspecteur te stellen termijn duidelijk, stellig en zonder voorbehoud een verklaring af te leggen die de inspecteur in staat stelt de hoogte van de verschuldigde belasting vast te stellen. Die verplichting brengt noodzakelijkerwijs met zich mee dat de betrokkene bij het doen van aangifte de – niet zelden complexe – belastingwetgeving moet uitleggen, ook in gevallen waarin onduidelijkheid bestaat over de vraag welke interpretatie juist is.

De Rechtbank leidt uit het dossier en het verhandelde ter zitting af dat verdachte een man is die zich meer bezig hield met de praktische gang van zaken binnen zijn bedrijven en zeker niet zodanig onderlegd is dat hij complexe juridische vraagstukken kan overzien en beantwoorden. Daarbij neemt de Rechtbank in aanmerking dat de regelgeving omtrent de kansspelbelasting, zeker voor een niet-deskundige, complex te noemen is. Verdachte is daardoor afhankelijk van derden die hem daarin ondersteunen en begeleiden.

De Rechtbank stelt vast dat verdachte advies heeft ingewonnen van onafhankelijke deskundigen, waaronder een advocaat en een accountant. Het ingewonnen advies luidde dat – ter voorkoming van dubbele belastingheffing – in Nederland geen kansspelbelasting verschuldigd was. Onder deze omstandigheden is de Rechtbank van oordeel dat verdachte ten tijde van het doen van de aangiften – naar objectieve maatstaven gemeten – redelijkerwijs kon en mocht veronderstellen dat de ingezonden (nihil)aangiften conform deskundig advies en daarmee juist en volledig waren. Het opzettelijk doen van onjuiste aangiften is niet bewezen.

De Rechtbank spreekt verdachte – alsook zijn echtgenote en zoon – vrij van het opzettelijk indienen van onjuiste belastingaangiften.

Rechtbank Overijssel 11 juni 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:2060

Rechtbank Overijssel 11 juni 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:2061

Rechtbank Overijssel 11 juni 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:2066