Vergrijpboete terecht opgelegd omdat belanghebbende bewust de kans heeft aanvaard dat Nederland niet over het pensioen zou heffen

Belanghebbende is woonachtig in België en heeft de Nederlandse nationaliteit. Uit een Nederlandse BV geniet hij een ouderdoms- en overbruggingspensioen van jaarlijks ruim meer dan € 400.000.  Belanghebbende heeft voor de jaren 2012, 2013 en 2014 nihilaangiften gedaan omdat hij van mening is dat het heffingsrecht over het pensioen toekomt aan België. Gelet op de pensioenovereenkomst komt het heffingsrecht echter toe aan Nederland. De inspecteur legt wegens (voorwaardelijk) opzet vergrijpboetes op van 50%. In bezwaar gaat de inspecteur primair uit van grove schuld en vermindert hij de boetes tot 25%.

Het Hof constateert dat belanghebbende in België veelvuldig heeft geprocedeerd en gecommuniceerd over de heffing over het desbetreffende pensioen. Daarnaast wordt opgemerkt dat belanghebbende juridisch is onderlegd. Volgens het Hof moet belanghebbende dus op de hoogte zijn geweest dat het heffingsrecht (niet meer) aan België toekwam, maar aan Nederland. Desondanks heeft belanghebbende de (pensioen)inkomsten niet aangegeven. Hij heeft daarmee volgens het Hof bewust het risico aanvaard dat Nederland geen belasting zou heffen over het pensioen. Dit levert volgens het Hof minstens het verwijt van grove schuld op.

Belanghebbende heeft verder onder meer aangevoerd dat er rekenschap moet worden gegeven van het feit dat hij ‘blut’ is. De inspecteur heeft ten aanzien hiervan opgemerkt dat belanghebbende een aanzienlijk pensioen geniet en in de afgelopen jaren voor tonnen aan zijn kinderen heeft geschonken. Het Hof merkt ook op dat het betoog van belanghebbende inhoudende dat met het opvragen van informatie bij een bank zijn privacy rechten zouden zijn geschonden, mocht dit überhaupt zijn gebeurd, niet leidt tot vernietiging van de boetes.

Gelet op de ernst van de gedragingen acht het Hof een vergrijpboete van 25% passend en geboden. De Rechtbank heeft de boetebedragen nog wel verminderd met 5% vanwege overschrijding van de redelijke termijn, dit laat het Hof in stand.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:2357