Vergrijpboete voor aangeven van te lage rendementsgrondslag, terwijl belanghebbende moet hebben geweten dat de appartementsrechten in waarde zijn gestegen

Door de inspecteur is over het jaar 2009 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting aan belanghebbende opgelegd alsmede een vergrijpboete van € 40.000. Tevens is een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd over het jaar 2012.

Belanghebbende heeft onder meer een te laag bedrag opgegeven aan rendementsgrondslag ter zake van de appartementsrechten die hij (mede)bezit op commerciële ruimten van een appartementencomplex in privé. Uit een ingesteld boekenonderzoek is gebleken dat de waarde in het economische verkeer beduidend hoger is dan hetgeen belanghebbende heeft opgegeven in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2012.

Om die reden heeft de inspecteur een vergrijpboete van € 40.000 opgelegd. Om praktische redenen is de boete geheel toegerekend aan de navorderingsaanslag over het jaar 2009. Belanghebbende wordt (voorwaardelijk) opzet verweten.

Naar het oordeel van de Rechtbank is het aan het voorwaardelijke opzet van belanghebbende te wijten dat op basis van de aangifte te weinig belasting is geheven. Belanghebbende moet hebben geweten dat de commerciële ruimten in waarde zijn gestegen. Door hiermee bij het doen van aangifte geen rekening te houden heeft hij naar het oordeel van de Rechtbank bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld.

De Rechtbank is van oordeel dat gelet op de nagevorderde belasting een boete van € 12.500 passend en geboden is. Hierbij houdt de Rechtbank mede rekening met de financiële situatie van belanghebbende. De Rechtbank matigt de boete verder met 10% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Rechtbank Gelderland 6 april 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:1914

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:1914