Vergrijpboete voor notaris die als medepleger ten onrechte overdrachtsbelasting voor een cliënt heeft teruggevraagd

Aan belanghebbende, een voormalig notaris, is door de inspecteur een vergrijpboete van € 72.000 opgelegd ter zake van het medeplegen van het opzettelijk ten onrechte terugvragen van de door A BV als koper betaalde overdrachtsbelasting in verband met de teruglevering van een onroerende zaak. Er zou door middel van een schijnconstructie ten onrechte overdrachtsbelasting zijn teruggevraagd.

In geschil is of de vergrijpboete terecht is opgelegd.

De Rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of belanghebbende als medepleger kan worden aangemerkt als bedoeld in art. 5:1 Awb. Naar het oordeel van de Rechtbank kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat het verlenen van de teruggaaf van overdrachtsbelasting door de inspecteur als beboetbaar feit moet worden aangemerkt. Vaststaat dat de teruggaaf overdrachtsbelasting op 26 mei 2010 door de inspecteur is verleend en op 6 juli 2010 is uitbetaald, zodat het per 1 juli 2009 in werking getreden art. 5:1 Awb van toepassing is. Het moment van indiening van het teruggaafverzoek is naar het oordeel van de Rechtbank niet van belang.

De Rechtbank overweegt dat op de inspecteur de bewijslast rust feiten en omstandigheden te stellen waaruit blijkt dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen belanghebbende en A BV. De Rechtbank overweegt dat nadat belanghebbende door A BV was benaderd over de voorgenomen transactie er regelmatig overleg tussen hen beiden is geweest over mogelijkheden om te voorkomen dat tweemaal overdrachtsbelasting zou moeten worden betaald. Dit heeft uiteindelijk geleid tot het opzetten van de schijnconstructie. De Rechtbank acht de inspecteur derhalve geslaagd in de op hem rustende bewijslast.

Ten aanzien van de hoogte van de vergrijpboete is de Rechtbank van oordeel dat gelet op de ernst van de verweten gedraging de opgelegde boete van 100% in beginsel passend en geboden is. Er is immers sprake van samenspanning, hetgeen een strafverzwarende factor is. De Rechtbank overweegt voorts dat belanghebbende kan worden verweten dat hij als notaris heeft meegewerkt aan het ten onrechte verkrijgen van een teruggaaf overdrachtsbelasting. Belanghebbende had als notaris – een openbaar ambtenaar – een publieke functie en uit dien hoofde rustte op hem naar het oordeel van de Rechtbank een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Juist van een notaris mag immers worden verwacht dat hij een goed functionerend rechtsverkeer waarborgt.

De Rechtbank ziet aanleiding om de boete te verminderen tot € 36.000, nu de verleende teruggaaf niet aan belanghebbende persoonlijk ten goede is gekomen. De Rechtbank vermindert de boete verder tot € 30.600 vanwege overschrijding van de redelijke termijn met ruim anderhalf jaar.

Rechtbank Gelderland 24 april 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:2297

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:2297