Vergrijpboete voor ondernemer met gebreken in de administratie; wel vermindering i.v.m. samenloop boete IB/PVV

Belanghebbende exploiteert een handel in computers en computeronderdelen. De ondernemingsactiviteiten bestonden in de betreffende jaren uit de exploitatie van een webshop en twee winkels.

Naar aanleiding van een boekenonderzoek heeft de inspecteur correcties toegepast. De inspecteur heeft over de jaren 2007 tot en met 2009 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd met een vergrijpboete van € 35.625. In geschil is onder meer of de vergrijpboete terecht is opgelegd.

Naar het oordeel van de Rechtbank heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat belanghebbende een aanzienlijk bedrag aan te weinig omzetbelasting op aangifte heeft voldaan. Ook is volgens de Rechtbank komen vast te staan dat de administratie van belanghebbende zodanige gebreken kent dat daaruit niet de verschuldigde omzetbelasting kan worden herleid.

De correctie is volgens de Rechtbank gebaseerd op ten onrechte in aftrek gebrachte voorbelasting en verzwegen omzet. Met betrekking tot beide omstandigheden is naar het oordeel van de Rechtbank een verwijt aan belanghebbende te maken. Er is voorbelasting in aftrek gebracht terwijl daarop geen (althans geen aantoonbaar) recht bestond en er is ten onrechte omzet niet aangegeven. Naar het oordeel van de Rechtbank is derhalve ten minste door belanghebbende willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat te weinig omzetbelasting werd betaald en de Rechtbank acht een vergrijpboete van 50% in beginsel passend en geboden.

Het enkele feit dat het boekenonderzoek lang heeft geduurd, is naar het oordeel van de Rechtbank geen grond voor matiging. Dit is immers mede veroorzaakt door het feit dat administratie van belanghebbende niet op orde was. Belanghebbende heeft daarnaast aangevoerd dat hij geen middelen heeft om de naheffingsaanslag en/of boete te betalen, maar heeft deze stelling volgens de Rechtbank niet met bewijsstukken onderbouwd. De Rechtbank ziet wel aanleiding om de boete te matigen vanwege de samenloop met de boetes die zijn opgelegd ter zake van de belastingaanslagen in de inkomstenbelasting, omdat aan de desbetreffende correcties voor een belangrijk deel hetzelfde feitencomplex ten grondslag ligt.

Gelet op het feit dat ook de redelijke termijn is overschreden met twee jaar en ruim twee maanden, matigt de Rechtbank de boete (verder) tot € 9.880.

Rechtbank Gelderland 20 september 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4861

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:4861